DEEL 3 KOSTENPLAATSEN
DEEL 3 KOSTENPLAATSEN
Inhoud
ALGEMEEN
| DEEL 3: KOSTENPLAATSEN | |||
| ALGEMEEN | |||
| HOOFDSTUK | 3-1 | ALTERNATIEVE SYSTEMEN VAN KOSTENPLAATSEN | |
| 3-1.1 | 3-cijfercode kostenplaatsen | ||
| 3-1.2 | 2-cijfercode kostenplaatsen, produktie-organisatie naar afdelingen | ||
| 3-1.3 | 2-cijfercode kostenplaatsen, produktie-organisatie naar bewerkingen | ||
| 3-1.4 | 1-cijfercode kostenplaatsen | ||
| HOOFDSTUK | 3-2 | KOSTENPLAATSEN BIJ WERVEN MET MEERDER ORGANISATORISCH GESCHEIDEN BEDRIJFSSECTOREN | |
| 3-2.1 | Opbouw van de code | ||
| 3-2.2 | Bedrijfssectoren | ||
| 3-2.3 | Kostencentra, subkostenplaatsen | ||
| 3-2.4 | Algemene kostenplaatsen | ||
| 3-2.5 | Produktiekostenplaatsen | ||
| 3-2.6 | Inhoud algemene kostenplaatsen | ||
| 3-2.7 | Geografische indeling | ||
| HOOFDSTUK | 3-3 | KOSTENPLAATSEN BIJ WERVEN ZONDER GESCHEIDEN ORGANISATIE NAAR NIEUWBOUW EN REPARATIE | |
| 3-3.1 | Algemene toelichting | ||
| 3-3.2 | Toelichting algemene kostenplaatsen | ||
| 3-3.3 | Toelichting produktiekostenplaatsen | ||
| 3-3.4 | Algemene kostenplaatsen | ||
| 3-3.5 | Produktiekostenplaatsen nieuwbouw | ||
| 3-3.6 | Produktiekostenplaatsen reparatie | ||
| HOOFDSTUK | 3-4 | KOSTENPLAATSEN BIJ EEN PRODUKTIE-ORGANISATIE NAAR BEWERKINGEN | |
| 3-4.1 | Toelichting | ||
| 3-4.2 | Algemene kostenplaatsen | ||
| 3-4.3 | Produktiekostenplaatsen | ||
ALGEMEEN
In de moderne bedrijfsadministratie speelt de indeling naar kostenplaatsen een belangrijke rol.
Nut van de indeling naar kostenplaatsen
Een onderscheiding van kosten naar kostenplaatsen is nodig ten behoeve van o.a. :
• het berekenen van man - en machine - uurtarieven;
• de controle op de kostprijstarieven;
• gespecificeerde calculatie van aanbiedingsprijzen;
• nacalculatie en kostenbewaking per order;
• het opstellen van budgetten per verantwoordelijke functionaris;
• kostenbewaking per verantwoordelijke functionaris;
• planning en voortgangscontrole;
• bedrijfsvergelijking.
Het begrip kostenplaats
In de administratieve praktijk kan het begrip kostenplaats betrekking hebben op meerdere, lang niet altijd parallel lopende, indelingen. Onderscheiden kan worden een indeling naar soorten activiteiten of functies en een indeling naar organen.
Indeling naar soorten activiteiten of functies
Onder een kostenplaats (ook wel "kostencentrum" of "productiecentrum") wordt bij een functionele indeling verstaan een eenheid van gelijksoortige en gelijkwaardige activiteiten of diensten, zoals leiding, administratie, transport, lassen, bankwerken, bepaalde machinebewerkingen e.d. De kostenplaats hoeft geen geografische eenheid te zijn en is in veel gevallen niet in één afdeling ondergebracht; zodat deze, bezien vanuit de organisatiestructuur, veelal een gefingeerd karakter draagt. Een dergelijke indeling dient vooral voor de calculatie en de planning.
Indeling naar organen
Bij een organieke indeling loopt het begrip kostenplaats parallel (met de afdeling waarboven een functionaris is geplaatst, die voor deze eenheid verantwoordelijkheid draagt. Door een productie - afdeling kunnen meerdere verschillende bewerkingen worden verricht, terwijl een dergelijke kostenplaats in vele gevallen geen geografische eenheid vormt. Een dergelijke indeling dient vooral voor doeleinden van budgettering en kostenbewaking.
Kostenplaatsen Stichting
In de alternatieve coderingssystemen voor kostenplaatsen is, gezien de doelstellingen, zowel rekening gehouden met de principes van de functionele als de organieke indeling. Met name bij de hoofdindeling van productie kostenplaatsen naar bedrijfssectoren en kostencentra is de meest voorkomende organisatievorm gevolgd; de nadere indeling naar subkostenplaatsen heeft meestal betrekking op gelijksoortige werkzaamheden.
Bij de algemene en hulpkostenplaatsen staat de homogeniteit in functie voorop (leiding, verkoop, administratie, personeelszaken enz.); de vrijheid echter deze kostenplaatsen per bedrijfsonderdeel te coderen maakt het mogelijk voor deze functies aan te sluiten bij de organisatiestructuur van de werf. Overigens is er onder de algemene kostenplaatsen een aantal dat niet het karakter van een afdeling draagt. Voor een inzicht in de totaliteit van bepaalde kosten, gecombineerd met de mogelijkheid tot verdeling c.q. doorberekening daarvan, is het gewenst een verzameling van deze kostensoorten tevens als kostenplaats te beschouwen. Dit leidt tot \"oneigenlijke\" kostenplaatsen (zoals \"sociale lasten en personeelskosten\", \"huisvesting\", \"energievoorziening\", 'gereedschapvoorziening\"), waarbij de totale kosten per kostenplaats op gelijke basis (\"verdeelsleutel\") toegerekend kunnen worden aan andere kostenplaatsen.
Samenhang met de indeling naar bewerkingen
De indeling naar uniforme bewerkingsgroepen voor handbewerkingen en machinale bewerkingen (zie deel 4), staat los van de functionele en organieke indeling naar kostenplaatsen. Met name kunnen veelal per kostenplaats meerdere soorten bewerkingen worden verricht en kan één soort bewerking in meerdere kostenplaatsen voorkomen. In het administratiesysteem wordt echter veelal een relatie gelegd tussen de codering naar kostenplaatsen en die naar bewerkingen en wel:
• door de bewerkingscode in de administratie als nadere specificatie van de kostenplaats te hanteren (bijv. bij meerdere machinegroepen in een werkplaats, maar ook bij verschillende handbewerkingen binnen bijv. de kostenplaats \"overige handbewerkingen\");
• door per bewerkingscode een calculatietarief te berekenen (meerdere bewerkingstarieven per kostenplaats), zonder dat in de administratie de kosten van de betrokken bewerkingen afzonderlijk worden verantwoord;
• door in de tijdverantwoording zowel de kostenplaatsencode als de bewerkingscode te vermelden. Een en ander wordt onder 4.0 nader toegelicht.
Uniforme indeling naar kostenplaatsen
Uniforme codering van kostenplaatsen is nodig teneinde aan dezelfde begrippen dezelfde inhoud toe te kennen en verder ten behoeve van bedrijfsvergelijking. De bindend voorgeschreven kostenplaatsen indeling is vastgelegd in een 3 - cijfercode, terwijl in sommige gevallen met een 2 - cijfercode en voor de kleinste werven met een 1 - cijfercode kan worden volstaan. De diverse alternatieve coderingssystemen worden vergelijkend behandeld in 3 - 1, waar tevens is aangegeven welk systeem onder welke omstandigheden verplicht is gesteld. De hoofdstukken 3 - 2 t/m 3 - 4 geven een uitwerking van en toelichting op drie verschillende kostenplaatsen indelingen.
Administratieve verwerking
De opzet van het administratieve systeem brengt met zich mee, dat de indeling van de kosten naar kostenplaatsen in de boekhouding wordt vastgelegd. De verschillende methoden waarop dit kan worden gerealiseerd worden toegelicht in deel 10.
HOOFDSTUK 3-1 ALTERNATIEVE SYSTEMEN VAN KOSTENPLAATSEN
De kostenplaatsen vormen in belangrijke mate een afspiegeling van de interne organisatie van een onderneming. De omvang en de organisatie van de onderneming alsmede de terreinen waarop de ondernemingen hun bedrijf uitoefenen, verschillen sterk van werf tot werf. Er is daarom een codesysteem voor de kostenplaatsen ontworpen, dat in grote mate flexibel is. Uit dit systeem zijn verder - zoveel mogelijk met behoud van een zekere uniformiteit - enige varianten afgeleid, bedoeld voor gebruik door de minder grote onderneming.
Keuzemogelijkheid
De bedrijven staan meerdere codesystemen ter beschikking. De keuze hieruit zal worden bepaald door de omvang, de aard van de activiteiten en de organisatie van het betrokken bedrijf. De keuze is in zoverre niet vrij, dat toepassing van een bepaald codesysteem in hoofdzaak bepaald wordt door de omvang en de organisatie van het bedrijf. Verdere detaillering Voor alle systemen geldt, dat uiteraard ieder bedrijf vrij is het gekozen codesysteem voor zichzelf verder te detailleren. Verdere detaillering dan voorgeschreven kan bereikt worden door het benutten van vrije ruimten in de code, het koppelen van bewerkingscodes aan de kostenplaatsencode (zie de toelichtingen), dan wel door het toevoegen van eigen codecijfers. Dit hoofdstuk geeft een beknopte toelichting op elk van de codesystemen. Voor nadere details wordt verwezen naar volgende hoofdstukken van dit onderdeel.
3-1.1 3-cijfercode kostenplaatsen (zie 3-2)
| kostenplaats | ||
| X | X | X |
| bedrijfssectoren | kostencentra | subkostenplaatsen |
De 3-cijfercode dient toegepast te worden door bedrijven waarin meerdere activiteiten zijn te onderscheiden, zoals nieuwbouw, reparatie, werktuigbouw enz. en waar deze activiteiten een duidelijke weerspiegeling vinden in de organisatie. De code is als volgt opgebouwd:
(activiteiten)
Bedrijfssectoren Het eerste codecijfer heeft betrekking op de bedrijfssector, te weten: O algemeen (organen en verzamelingen van kosten, welke niet op één bepaalde bedrijfssector betrekking hebben) 1 scheepsbouw 2 scheepsreparatie 3 werktuigbouw 4-9 overige te onderscheiden bedrijfssectoren (diversificaties). Stichting Nederlandse Scheepsbouw Industrie 3-1
Kostencentra
Het tweede codecijfer betreft een eerste onderverdeling van de sectoren naar kostencentra (kostenplaatsen).
Algemene kostenplaatsen
De kostencentra O - 4 hebben betrekking op de algemene kostenplaatsen, te weten: O algemeen beheer, administratie, personeelsbeheer, tekenkamers 1 huisvesting en onderhoud 2 materiaalvoorziening en transport 3 diverse voorzieningen (energie, gereedschappen enz.) 4 exploitaties (hellingen, buitenkranen enz.). Kenmerkend voor de algemene kostenplaatsen is, dat zij in alle onderscheiden bedrijfssectoren kunnen voorkomen. Van de algemene kostenplaatsen, die voor meerdere bedrijfssectoren werkzaam zijn (en qua organisatie niet onder een bepaalde sector thuishoren) is het eerste codecijfer een O (bedrijfssector "algemeen").
Productiekostenplaatsen
De kostencentra 5 - 9 betreffen de productiekostenplaatsen. Kenmerkend hiervoor is dat (in tegenstelling tot de algemene kostenplaatsen) voor elke bedrijfssector de codering een andere inhoud heeft. Voor de scheepsbouw bijvoorbeeld: 5 voorbewerking 6 voormontage 7 aan - en afbouw 8 houtbewerking, schilderswerkplaats 9 diverse toeleveringsafdelingen.
Subkostenplaatsen
Het laatste codecijfer geeft de uiteindelijke indeling naar de onderscheiden kostenplaatsen aan. Bij hantering van de 3-cijfercode is gebruik van het laatste codecijfer van de Stichting bindend voorgeschreven (evenals de overige codecijfers), tenzij gekozen wordt voor het volgende alternatieve systeem.
Alternatief systeem subkostenplaatsen
Bij de productiekostenplaatsen heeft het laatste cijfer in de meeste gevallen betrekking op een bepaalde bewerking; bijvoorbeeld 1.65 is handlassen (5) in het kostencentrum voormontage (6) van de sector scheepsbouw (1). Het laatste codecijfer van de kostenplaats (hier 5: handlassen) kan naar eigen keuze - vervangen worden door de code van de bewerkingsgroepen (zie deel 4). Handlassen heeft als bewerkingscode 860, zodat de kostenplaats 1.65 gecodeerd kan worden als 1.6.860 of 1.60.860.
Uitbreiding met geografische indeling (4-cijfercode)
Bij zeer grote ondernemingen met meerdere vestigingen zal bij een centraal gevoerde administratie de kostenplaatsencode worden voorafgegaan door een extra cijfer, dat het betrokken bedrijfscomplex aangeeft (de "geografische indeling").
Als volgt:
| kostenplaats | |||
| X | X | X | X |
| geografische indeling | bedrijfssectoren | kostencentra | subkostenplaatsen |
Daar dit 4 - cijfer code systeem tot de uitzonderingen zal behoren, wordt in het vervolg uitsluitend gesproken over het 3 - cijfercode systeem. 3 - 1.2 2 - cijfer code kosten plaatsen, productie - organisatie naar afdelingen (zie 3 - 3) Bedrijven die geheel of nagenoeg geheel in de nieuw bouw sector of in de reparatie sector werkzaam zijn, hebben geen behoefte aan een code cijfer voor het aanduiden van de bedrijfs sectoren. Hetzelfde geldt voor werven die zowel nieuw bouw als reparatiewerkzaamheden e.d. verrichten, maar waar dit onderscheid niet in de organisatie is doorgevoerd. De activiteiten van de diverse productie kosten plaatsen zullen dan veelal voor meerdere soorten orders bestemd kunnen zijn. Voor deze - over het algemeen minder grote - bedrijven is een kosten plaatsen systeem met 2 - cijfer code afgeleid uit het onder 3 - 1.1 getypeerde "grotere" systeem. Hierbij is het eerste code cijfer van de 3 - cijfer code (de bedrijfs sectoren) komen te vervallen; de indeling naar productie kosten plaatsen loopt echter grotendeels parallel met de organen die ook bij grotere werven voorkomen (voorbebewerking, voormontage, aan - en - afbouw enz.). De 2 - cijfer code is toepasbaar voor werven die uitsluitend nieuwbouw opdrachten uitvoeren en voor ondernemingen, die vanuit een nieuw bouw organisatie tevens reparatie werkzaamheden verrichten. De op reparatie gespecialiseerde werf kan voor de codering van de productie kosten plaatsen gebruik maken van de in 3 - 3.6 daarvoor gegeven indeling.
Alternatief systeem sub kosten plaatsen
Indien bedrijven van de hier bedoelde organisatie vorm overgaan tot het invoeren van de bewerkings groepen (deel 4) in de administratie, bijvoorbeeld ter nadere typering van de kosten plaats, kan - naar eigen keuze - voor de productie kosten plaatsen het laatste cijfer vervangen worden door de code van de bewerkingsgroepen. Zo kan bijvoorbeeld stelling maken aan - en - afbouw (71) gecodeerd worden als 7.810 of 70.810.
3 - 1.3 2 - cijfercode kostenplaatsen, productie-organisatie naar bewerkin-
gen (zie 3 - 4) Dit systeem is te beschouwen als een uitzondering voor die gevallen waar de administratie en de werforganisatie de toepassing van een van de andere kostenplaatsen indelingen (vooralsnog) niet mogelijk maakt. Voor toepassing is per individueel geval toestemming van de Stichting nodig. Werven die gegroeid zijn naar een organisatie die parallel loopt met bewerkingen zoals ijzerwerk, lassen, bankwerk e.d. zullen moeite hebben de loon- en andere kosten te registreren naar afdelingen zoals voorbewerking, aan- en afbouw e.d. Bij wijze van overgangssysteem is voor deze bedrijven een 2 - cijfercode ontworpen, waarbij de productie kostenplaatsen niet gegroepeerd zijn naar afdelingen maar naar (hoofd) bewerkingen. Een tweede codecijfer is hierbij wel voorgeschreven, maar dit kan naar keuze worden gehanteerd voor een nadere onderverdeling, bijvoorbeeld naar deelbewerkingen, dan wel een onderscheid tussen machinaal werk en handwerk.
3 - 1.4 1 - cijfercode kostenplaatsen
Het onderstaande kostenplaatsen raam in 1 - cijfercode is alleen bebedoeld voor de kleine werven. Aangezien op de kleine werven afzonderlijke richtlijnen van toepassing zijn ter zake van o.a. de kostenverdeelstaat, wordt ook het kostenplaatsen raam in het kader van deze richtlijnen niet nader toegelicht. Werven met een omvang beneden de 100 personeelsleden kunnen zonder overleg de 1 - cijfercode toepassen; grotere bedrijven behoeven hiertoe uitdrukkelijke toestemming.
| KOSTENPLAATSEN KLEINE WERF | |
|---|---|
| Code | |
| 0 | Algemeen beheer, administratie, personeelsbeheer, tekenkamer |
| 1 | Huisvesting en onderhoud |
| 2 | Materiaalvoorzieningen en transport |
| 3 | Diverse voorzieningen |
| 4 | Exploitaties (hellingen, kranen e.d.) |
| Produktiekostenplaatsen nieuwbouwwerf | |
| 5 | Voorbewerkingsafdeling scheepsbouw |
| 6 | Voormontage-afdeling scheepsbouw |
| 7 | Aan- en afbouw scheepsbouw |
| 8 9 | Beschikbaar voor overige produktie: - houtbewerkingsafdeling – schilderswerkplaats – toeleveringsafdelingen (bijvoorbeeld bankwerkerij) Voorbeeld: 8 Houtbewerking/schilderswerkplaats 9 Werktuigbouw |
| Produktiekostenplaatsen reparatiewerf | |
| 5 | Reparatie werkplaatsen |
| 6 | Reparatie aan boord |
| 7 | Dok/hellingdienst |
| 8 9 | Beschikbaar voor overige produktie |
HOOFDSTUK3-2 KOSTENPLAATSENBIJWERVENMETMEERDEREORGANISATORISCH
GESCHEIDENBEDRIJFSSECTOREN
In dit hoofdstuk wordt nader uitgewerkt en toegelicht het uniforme coderingssysteem voor de kostenplaatsen in bedrijven waarin meerdere activiteiten zijn te onderscheiden (zoals nieuwbouw, reparatie, werktuigbouw enz.) en waar deze sectoren een duidelijke neerslag vinden in de organisatie.
3-2.1 Opbouw van de code
| X | X | X |
| bedrijfssectoren | kostencentra | subkostenplaatsen |
De code is samengesteld ùit twee groepen. De eerste groep van 1 cijfer wordt gebruikt voor het coderen van de verschillende bedrijfssectoren, de tweede groep van 2 cijfers geeft de verdere specificatie naar kostencentra en subkostenplaatsen binnen die centra aan. Als volgt: Het codesysteem is flexibel van opzet, omdat de twee codegroepen in principe in iedere willekeurige combinatie kunnen worden toegepast; dit met uitzondering van de produktiekostenplaatsen in de sectoren nieuwbouw, reparatie en werktuigbouw, waarvoor een aan de sector gebonden inhoud is gegeven aan de specificatie naar de laatste 2 cijfers. Ruime mogelijkheid tot aanpassing aan de eigen organisatie en tot verdere specificatie biedt het systeem verder door gebruik van de niet benoemde codeplaatsen dan wel door uitbreiding van de codelengte.
3-2.2 Bedrijfssectoren
De aparte produktiesectoren nieuwbouw, reparatie en werktuigbouw, alsmede andere produktie-units aangeduid met "diversificaties" worden van elkaar onderscheiden door het codecijfer van de sectorgewijze indeling. De sectorindeling heeft betrekking op de organisatie, zoals deze is afgestemd op de aard van de opdrachten (nieuwbouw, reparatie enz.). Wel zullen in vele gevallen afdelingen uit de nieuwbouwsector, bijvoorbeeld de kostenplaats voorbewerking,werk uitvoeren voor reparatie-opdrachten en zal de werktuigbouwsector zowel voor nieuwbouw- als reparatie-orders en andere orders werken enz. De codering van een viertal sectoren is bindend voorgeschreven, de overige zes zijn vrij beschikbaar voor het onderbrengen van bedrijfsonderdelen gericht op "diversificatie". Als volgt: O algemeen 1 scheepsbouw 2 scheepsreparatie 3 werktuigbouw 4 t/m 9 diversificatie
Ook bij de indeling naar bedrijfssectoren is aanpassing aan de …_ eigen organisatie mogelijk. Is er bijvoorbeeld een afdeling houtbewerking, die voor de eigen onderneming en voor derden werkt en daarbij tevens een eigen organisatie heeft (topleiding, verkoop, inkoop, werkvoorbereiding), dan kan deze afdeling onder een diversificatienummer een aparte sector vormen.
3-2.3 Kostencentra, subkostenplaatsen
De laatste twee codecijfers hebben betrekking op een uniforme indeling binnen de bedrijfssectoren naar kostencentra en naar subkostenplaatsen. De kostencentra zijn de volgende:
Algemene kostencentra
O algemeen beheer, administratie, personeelsbeheer, : tekenkamers 1 huisvesting en onderhoud 2 materiaalvoorziening en transport 3 diverse voorzieningen (energie, gereedschappen enz.) 4 exploitaties (hellingen, buitenkranen enz.) Produktiecentra 5 t/m 9 directe produktie (eventueel 9: speciale toeleveringsafdeling).
Algemene kostencentra
| Algemene kostencentra / Bedrijfssector | 0 | 1 | 2 | 3 | 4 |
|---|---|---|---|---|---|
| algemeen beheer enz. | huisvesting, onderhoud | materiaal- voorziening, transport | diverse voorzieningen | exploitaties | |
| 0 algemeen | 0.0 | 0.1 | 0.2 | 0.3 | 0.4 |
| 1 scheepsbouw | 1.0 | 1.1 | 1.2 | 1.3 | 1.4 |
| 2 scheepsreparatie | 2.0 | 2.1 | 2.2 | 2.3 | 2.4 |
| 3 werktuigbouw | 3.0 | 3.1 | 3.2 | 3.3 | 3.4 |
| 4–9 diversificaties | X.0 | X.1 | X.2 | X.3 | X.4 |
De codering van de kostencentra O t/m 4 vormen tezamen met de sectorcode en het cijfer van de subspecificatie de algemene kostenplaatsen. Kenmerkend voor deze algemene kostenplaatsen is, dat zij in alle onderscheiden bedrijfssectoren kunnen voorkomen, afhankelijk van de organisatiestructuur van de betrokken onderneming. Deze relatie tussen bedrijfssectoren en algemene kostencentra kan als volgt schematisch worden weergegeven: De specificatie van de algemene kostencentra naar algemene kostenplaatsen is bij gebruik van de 3-cijfercode in belangrijke mate bindend voorgeschreven. Deze specificatie is opgenomen onder 3-2.4. Een toelichting op de inhoud van de algemene kostenplaatsen wordt gegeven in 3-2.6.
Uit de specificatie blijkt dat in de sector O "algemeen beheer" ( de codegroepen 50 t/m 99 niet gebruikt zijn. Deze open plaatsen kunnen eventueel aangewend worden voor een verdere uitsplitsing van de kostenplaatsen 0.00 t/m 0.49.
Produktiecentra
In tegenstelling tot de algemene kostencentra O t/m 4 hebben de produktiecentra 5-9 per bedrijfssector een verschillende inhoud. Voor de sectoren scheepsbouw (1), reparatie (2) en werktuigbouw (3) is de indeling naar produktiecentra, alsmede in belangrijke mate de subspecificatie naar produktiekostenplaatsen bindend voorgeschreven. Deze uniforme 3-cijfercode is opgenomen onder 3-2.5.
Alternatief systeem produktiekostenplaatsen
Zoals in 3-1 reeds is aangeduid zijn de ondernemingen vrij om in plaats van de uniforme code met 3 cijfers voor de produktiekostenplaatsen een uniform coderingssysteem van 2 cijfers toe te passen (sector en produktiecentrum), die gevolgd worden door de uniforme codering naar bewerkingsgroepen (zie deel 4).
3-2.4 Algemene kostenplaatsen
("algemeen' = kan in iedere sector naar behoefte toegepast worden). De hiernavolgende nummers worden altijd voorafgegaan door een bedrijfssectornummer, bijvoorbeeld sector O "algemeen", sector 1 "scheepsbouw' enz. x.o Algemeen beheer en tekenkamers 00 Leiding, management 01 Verkoop, begrotingen 02 Research en ontwikkeling 03 Bedrijfsbureaus en werkvoorbereiding 04 Administratie 05 Correspondentie (typekamer), telefoon, telex, archief 06 Personeelszaken 07 Sociale lasten en personeelskosten 08 Tekenkamer 09 (vrij) X.1 Huisvesting en onderhoud 10 Beveiligingsdienst 11 Huisvesting (incl. verwarming) 12 (idem) 13 (idem) 14 (idem) 15 Onderhoud 16 (idem) 17 (idem) 18 (idem) 19 (vrij)
x.2 Materiaalvoorziening en transport
20 Inkoop 21 Magazijn(en), goederenontvangst, expeditie 22 (idem) 23 (idem) 24 Laboratorium en kwaliteitsdienst 25 Transport te land 26 (idem) 27 Transport te water 28 (idem) 29 (vrij)
x.3 Diverse voorzieningen
30 Energievoorzieningen 31 (idem) 32 (idem) 33 Gereedschapvoorziening 34 Medische dienst 35 Kantines, koffiekamers, was- en kleedlokalen 36 Bedrijfskledingvoorziening 37 Bedrijfsschool 38 Reproductie 39 (vrij)
x.4 Exploitaties (hellingen, kranen enz.)
40 Hellingen en dokken 41 - 44 (idem) 45 Bokken, drijvende kranen 46 Buitenkranen 47 (idem) 48 Havens, kaden, steigers 49 (vrij)
3 - 2.5 Productiekostenplaatsen
Sector 1: Scheepsbouw
1.5 Voorbewerking 1.50 Algemeen 1.51 Optische tekenkamer 1.52 Handbewerkingen (incl. transport- en corveediensten) 1.53 Staalgritten (incl. 1e conservering) 1.54 Idem 1.55 (Optisch) afschrijven 1.56 Machinale bewerkingen 1.57 (idem) 1.58 Snijden (branderij) 1.59 (vrij)
1.6 Voormontage 1.60 Algemeen 1.61 Sectiemontage (t.w. stellen en hechten) 1.62 Machinaal lassen 1.63 (idem) 1.64 Handsnijden 1.65 Handlassen 1.66 Overige handbewerkingen 1.67 Conservering 1.68 Panelenstraat 1.69 (vrij)
1.7 Aan- en afbouw
1.70 Algemeen 1.71 Stellingmakerij 1.72 Aanbouw (handbewerkingen) 1.73 Lassen (in aanbouw) 1.74 Branden (in aanbouw) 1.75 (idem) 1.76 Afbouw (handbewerkingen) 1.77 Lassen (in afbouw) 1.78 Branden (in afbouw) 1.79 (vrij)
1.8 Houtbewerking en schilderswerkplaats
1.80 Algemeen 1.81 Timmerwerk binnen 1.82 (idem) 1.83 Timmerwerk aan boord 1.84 Scheepsmakers (binnen en buiten) 1.85 (idem) 1.86 Schilderswerkplaats (incl. spuiten en conserveren) 1.87 (idem) 1.88 Schilderen aan boord 1.89 (vrij)
1.9 Diverse toeleveringsafdelingen
1.90 Algemeen 1.91 Plaatwerkerij 1.92 - 99 (vrij)
Sector 2: Reparatie
2.5 Reparatie werkplaatsen 2.6 Reparatie aan boord 2.7 (idem) 2.8 Dokdienst en/of hellingdienst 2.9 (vrij)
Sector 3: Werktuigbouw
3.5 Machine fabriek - machinale bewerkingen 3.50 Algemeen machine fabriek - machinale bewerkingen 3.51 (Uitsplitsing naar eigen inzicht) 3.52 (idem) 3.53 (idem) 3.54 (idem) 3.55 (idem) 3.56 (idem) 3.57 (idem) 3.58 (idem) 3.59 (idem) 3.6 Montage en stelplaats 3.60 Algemeen montage en stelplaats 3.61 Montage binnen en stelplaats 3.62 (idem) 3.63 (idem) 3.64 (idem) 3.65 Algemeen montage buiten 3.66 Montage buiten 3.67 (idem) 3.68 (idem)
3.69 (vrij)
3.7 Pijpleidingen werkplaats en montage 3.70 Algemeen pijpleidingen werkplaats 3.71 Machinale bewerkingen 3.72 (idem) 3.73 Overige bewerkingen 3.74 (idem) 3.75 Algemeen montage buiten 3.76 Pijpen montage buiten 3.77 (idem) 3.78 (idem) 3.79 (vrij) 3.8 hierin vrije keuze, bijvoorbeeld: 3.9 Ketelmakerij; apparaten fabriek Gieterij Modelmakerij Ingieterij (witmetaal) Smederij Gereedschapmakerij Plaatwerkerij
3 - 2.6 Inhoud algemene kostenplaatsen
Het is niet mogelijk een volledige opsomming te geven van alle kosten, die per algemene kostenplaats geboekt kunnen worden. De inhoud van de algemene kostenplaatsen wordt mede bepaald door de wijze waarop deze kosten in de kostenbegroting voor het vaststellen van de kostprijstarieven worden verdeeld. Deze materie wordt in deel 6 behandeld. Slechts ter illustratie worden hieronder per kostenplaats diverse kosten vermeld, die in het algemeen op deze kostenplaatsen onder meer zullen voorkomen.
0 Algemeen beheer en tekenkamers
00 Leiding, management kosten van hoofddirectie, commissarissen, jaarvergaderingen, jaarverslag; bedrijfsdirectie, bedrijfsleider, assistent-bedrijfsleider; kosten bedrijfsschade- en W.A.-verzekering. 01 Verkoop, begrotingen alle kosten van verkoop, acquisitie, vertegenwoordigingen, begrotingen, ontwerpafdeling, kosten voor projecten. 02 Research en ontwikkeling kosten van algemeen economische research, marktresearch, produktresearch, productontwikkeling, productieresearch, productieontwikkeling. 03 Bedrijfsbureau en werkvoorbereiding alle kosten van centrale planning, afdelingsplanning, werkvoorbereiding, tariefbureau. 04 Administratie concernadministratie, accountants, boekhouding, loonadministratie, magazijnadministratie op de boekhouding, bedrijfsadministratie. 05 Correspondentie (typekamer), telefoon, telex en archief alle kosten van de typekamer, P.T.T.-kosten, archiefkosten, literatuur; algemene kantoorkosten als schrijfgerei, blocnotes e.d. kunnen geboekt worden: df ten laste van de gebruikmakende afdeling; df op deze dan oneigenlijke kostenplaats. 06 Personeelszaken hoofd personeelszaken, personeelsafdeling, sociale zaken, maatschappelijk werk. 07 Sociale lasten en personeelskosten op deze oneigenlijke kostenplaats kunnen alle sociale lasten en algemene personeelskosten verzameld worden; wervingskosten personeel, kosten personeelsorgaan. 08 Tekenkamer alle kosten van de tekenkamers, incl. chef, groepsleiders, secretaressen van de tekenkamers.
1 Huisvesting en onderhoud
10 Beveiligingsdienst
alle kosten van portiers, nachtwakers, brandwachten, brandweer, veiligheidsdienst, veiligheidsaffiches en - propaganda e.d. Opm.: Laskappen en - brillen direct naar de betreffende kostenplaats brengen.
11 - 14 Huisvesting
kosten van grond en gebouwen (afschrijvingen, rente, assurantie, huur, onderhoud, verwarming, verlichting, ventilatie) dienen verzameld te worden op bovengenoemde kostenplaatsen, waarbij een splitsing van grond en gebouwen in maximaal vier groepen mogelijk is, indien binnen een bedrijf een duidelijke onderscheiding van gebouwen e.a. aanwezig is.
15 - 18 Onderhoud
deze kostenplaatsen kunnen op meerdere manieren gebruikt worden:
• als rekeningen van de kostenplaats(en) onderhoudsdienst;
• als verzamelrekening(en) van alle onderhoudskosten van bepaalde kostenplaatsgroepen, dus als oneigenlijke kostenplaats. Ook hier is een splitsing in maximaal vier hoofdgroepen mogelijk.
Materiaalvoorziening en transport
20 Inkoop
alle kosten van de inkoopafdeling, bijvoorbeeld ook algemene reis - en verblijfkosten, formulieren, drukwerk.
21 - 23 Magazijn(en), goederenontvangst, expeditie
alle kosten verbonden aan het in ontvangst nemen, bewaren en uitgeven alsmede het verzenden van goederen, incl. sorteerterreinen en platenpark; ook kosten verbonden aan het bijhouden van stellingkaarten vallen hieronder, echter niet de kosten van de financiële magazijnadministratie.
24 Laboratorium en kwaliteitsdienst
alle kosten van laboratoria, röntgenonderzoek, productiecontrole.
25 - 28 Transport
alle kosten verbonden aan het vervoer met eigen middelen van materiaal en personen.
3 Diverse voorzieningen
30 - 32 Energievoorziening
het verbruik aan energie, afschrijving en rente van apparatuur, onderhoud en bediening betreffende elektriciteitsvoorziening, gas - en zuurstofvoorziening, persluchtvoorziening, watervoorziening.
33 Gereedschapsvoorziening
deze kostenplaats kan gebruikt worden als:
• rekening van de kostenplaats: Gereedschapsvoorziening;
• verzamelrekening van moeilijk per productiekostenplaats te verantwoorden gereedschapskosten voor het bedrijf of per sector dus als oneigenlijke kostenplaats (excl. gereedschapmakerij).
34 Medische dienst alle kosten van bedrijfsarts en assistentie, verbandkamer, keuringskosten personeel, verbandartikelen, inentingen; alsmede uitbestede diensten (röntgenonderzoek e.d.). 35 Kantines, koffiekamers, was- en kleedlokalen alle kosten ten behoeve van kantines, koffiekamers, was- en kleedlokalen; kantineartikelen zoals koffie, thee, maaltijden, dranken, rookwaren; beheerskosten van kantines. 36 Bedrijfskledingvoorziening verbruik bedrijfskleding; het wassen en onderhoud van de kleding. 37 Bedrijfsschool alle kosten uit hoofde van opleiding personeel, inclusief omscholing. 38 Reproductieafdeling alle kosten van lichtdrukkerij, fotokopiëren, eigen drukkerij, stencilwerk enz.
4 Exploitaties
40-44 Hellingen en dokken alle kosten van de hellingen respectievelijk dokken; afschrijvingen, rente, onderhoud, stroomverbruik; voor dokken inclusief pompkamerbediening, de vaste kern van de dokbezetting en de kosten van de tot het dok behorende kranen. Excl. loonkosten van in- en uitdokken. 45 Bokken, drijvende kranen alle kosten van de betreffende bokken of drijvende kranen; bediening, energie, onderhoud, afschrijvingen, rente.
46-47 Buitenkranen
alle kosten van de betreffende kranen en kraanbanen, d.w.z. afschrijvingen, rente, onderhoud, energie, bediening. 48 Havens, kaden, steigers alle kosten van havens, kaden en steigers, als afschrijvingen, rente, onderhoud, huur, erfpacht e.d.
3-2.7 Geografische indeling
Alleen ondernemingen met meerdere gescheiden vestigingen zullen behoefte hebben aan een tot 4 cijfers uitgebreide codering, waarvan het eerste het betrokken bedrijfscomplex aangeeft (zie 3-1.1). De "o" op de codeplaats voor het aangeven van de geografische indeling is gereserveerd voor de kostenplaatsen betreffende het concernbeheer, zodat maximaal negen geografisch gescheiden bedrijven kunnen worden ondergebracht. Het begrip "geografische indeling" kan ruim geinterpreteerd worden. Duidelijk gescheiden bedrijven of zelfs gecentraliseerde beheersafdelingen (engineering, verkoop) kunnen hierin ondergebracht worden.
Heeft een onderneming geen behoefte aan negen mogelijkheden voor de geografische indeling, maar komt men daarentegen codecijfers tekort bij de bedrijfssectoren, met andere woorden de bedrijfsonderdelen betrokken bij diversificatie zijn er meer dan de zes waarvoor in de sectorindeling ruimte is (zie 3-2.2), dan kan men voor deze bedrijfssectoren ook het codecijfer van de geografische indeling benutten.
HOOFDSTUK 3-3 KOSTENPLAATSEN BIJ WERVEN ZONDER GESCHIEDEN ORGANISATIE
NAAR NIEUWBOUW EN REPARATIE
3-3.1 Algemene toelichting
De in 3-2 behandelde 3-cijfercode wordt gehanteerd door bedrijven, waar in de organisatie een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de bedrijfsactiviteiten, zoals nieuwbouw en reparatie. Voor de - over het algemeen minder grote - bedrijven, waarin wel meerdere productie-organen zijn te onderkennen, maar de organisatie niet is opgesplitst naar bedrijfssectoren kan het eerste cijfer van de 3-cijfercode (de sectorindeling) daarom komen te vervallen. Voor deze bedrijven geldt voor de kostenplaatsencodering de in dit hoofdstuk opgenomen 2-cijfercode. Rekening houdend met de organisatorische kenmerken van bedoelde ondernemingen - zo zal er bijvoorbeeld geen sector werktuigbouw voorkomen, maar veelal wel een aantal kostenplaatsen, dat dezelfde functie vervult - wijkt de 2-cijfercode op sommige punten af van de laatste twee cijfers van de 3-cijfercode; qua detaillering geeft deze indeling echter dezelfde informatie. De 2-cijfercode is toe te passen door bedrijven met een productieorganisatie naar afdelingen die:
• uitsluitend nieuwbouwopdrachten uitvoeren;
• vanuit een nieuwbouworganisatie zowel nieuwbouw- als reparatie- en eventueel andere werkzaamheden verrichten;
• gespecialiseerd zijn op reparatiewerk (hiervoor gelden productiekostenplaatsen die afwijken van die bij een werf voor nieuwbouw, zie 3-3.6).
3-3.2 Toelichting algemene kostenplaatsen (zie 3-3.4)
De door de onderhavige werven te hanteren algemene kostenplaatsen zijn in belangrijke mate gelijk aan die, behandeld in 3-2 voor ondernemingen met een sectorgewijze indeling. Voor een indicatie van de inhoud van deze algemene kostenplaatsen kan worden verwezen naar 3-2.7. De specificatie naar algemene kostenplaatsen is bij gebruik van de 2-cijfercode bindend voorgeschreven als opgenomen onder 3-3.4. Specifiek voor ondernemingen die de 2-cijfercode hanteren zijn de algemene kostenplaatsen 01 t/m 03 betrekking hebbend op de algemene kosten per soort activiteit. De functie en inhoud van deze kostenplaatsen wordt hieronder nader toegelicht.
Algemene kosten per bedrijfsactiviteit
Voor ondernemingen die meerdere verschillende activiteiten verrichten, is een inzicht in de kosten en resultaten naar deze markten van belang. Een bedrijfsactiviteit heeft betrekking op een groep orders, welke qua ondernemingsbeleid een eigen plaats in de organisatie inneemt, bijvoorbeeld:
• nieuwbouw van schepen;
• scheepsreparatie;
• constructiewerk, niet behorend tot de scheepsbouw;
• werktuigbouw buiten die voor de scheepsbouw- en reparatiesectoren.
Bij de toerekening van de algemene kosten bestaat het gevaar, dat deze kosten niet op de juiste wijze aan de activiteiten worden toegerekend als gevolg waarvan een onjuiste calculatiemethode wordt toegepast en derhalve een onjuist inzicht in de resultaten per activiteit wordt verkregen. Dit is zeker het geval bij toepassing van bijvoorbeeld één uniform opslagpercentage voor alle indirecte kosten op de directe lonen. Bij de in dit hoofdstuk bedoelde ondernemingen doet zich de moeilijkheid voor, dat de daar voorkomende bedrijfsactiviteiten niet over een eigen productie- en beheersapparaat beschikken, zoals bij een sectorgewijze organisatie het geval is. De organen (kostenplaatsen) worden dan voor meerdere activiteiten ingeschakeld. De - bijvoorbeeld per manuur - aan de diverse soorten orders toe te rekenen algemene kosten kunnen evenwel verschillend zijn, naar gelang elk der activiteiten andere eisen stelt aan organisatie en outillage. Om tot een juiste toerekening van de algemene kosten aan de bedrijfsactiviteiten te komen is het derhalve nodig, dat zo zuiver mogelijk per werfactiviteit wordt vastgesteld, welke kosten gemaakt worden voor beheer, administratie en overige "activiteitgebonden" kosten. De "activiteitgebonden" kosten worden bij het opstellen van de kostenverdeelstaat en in de kostenadministratie verantwoord onder: 01 algemene kosten nieuwbouw 02 algemene kosten reparatie 03 algemene kosten overige activiteiten. Voorbeelden van algemene kosten per activiteit zijn:
• De kosten van beheer en administratie. Hierbij zijn te onderscheiden de kosten, welke alleen ten behoeve van een bepaalde activiteit gemaakt worden (bijvoorbeeld het maken van rekeningen voor de reparatie, een bedrijfsleider speciaal ten behoeve van nieuwbouw respectievelijk van reparatie), alsmede de kosten, welke voor meerdere activiteiten gezamenlijk gemaakt worden. De laatste moeten zo goed mogelijk verdeeld worden (bijvoorbeeld volgens tijdsbesteding van de betrokken functionarissen, respectievelijk in verhouding tot de bestede productieve uren naar ordergroepen. Hierbij is het moeilijk algemene richtlijnen te geven. De te hanteren sleutel moet van geval tot geval worden gekozen.
• Huisvestingskosten, voorzover deze aan bepaalde activiteiten gebonden zijn. Zo kunnen bijvoorbeeld de kosten van de voormontagehal vrijwel geheel op nieuwbouw dienen te drukken, ook al wordt deze hal tevens voor de reparatie gebruikt; voor laatstbedoeld werk zou men namelijk ook met een goedkoper gebouw kunnen volstaan.
• De kosten in verband met onvermijdelijke wachturen van afdelingen die voor meerdere soorten orders werken, maar welke door een bepaalde ordergroep veroorzaakt worden (bijvoorbeeld door sterke schommelingen in het aantal reparatie-orders) kan men als algemene kosten van die activiteit (in casu de scheepsreparatie) beschouwen. Dit kan ook gelden voor afdelingen die voor een bepaalde activiteit beschikbaar moeten zijn, maar daarin onvoldoende emplooi kunnen vinden (bijvoorbeeld een houtbewerkingsafdeling).
• Ook extra kosten van geleenden kunnen veroorzaakt worden door een bepaalde activiteit (bijvoorbeeld scheepsreparatie). In dat geval kunnen zij het beste als algemene kosten voor die activiteit worden verantwoord (dus op 02 in dit voorbeeld).
• Indien voor de nieuwbouw een torenkraan nodig is, maar deze voor het overgrote deel gebruikt wordt voor werk dat ook met een kleinere kraan kan worden uitgevoerd, zou men het uurtarief kun nen baseren op de kosten van de kleinere kraan en het niet gedekte deel van de kosten ten laste kunnen brengen aan de "algemene kos ten nieuwbouw". De wijze waarop de algemene kosten per activiteit verrekend worden per direct manuur e.d. wordt geïllustreerd in het Aanhangsel, waar in een voorbeeld van een kostenverdeelstaat betreffende een middel grote werf is opgenomen.
3 - 3.3 Toelichting productiekostenplaatsen (zie 3 - 3.5 en 3 - 3.6)
De productiekostenplaatsen voor werven met een in dit hoofdstuk be doelde organisatievorm hebben in de 2 - cijfercode een uniform voor geschreven betekenis. Er is evenwel ruimte voor verdere specificatie, respectievelijk voor het opnemen van niet genoemde kostenplaatsen.
Alternatief systeem productiekostenplaatsen
Zoals in 3 - 1 reeds is aangeduid, kan bij hantering van de uniforme code van de bewerkingsgroepen (deel 4) in de administratie het laatste cijfer van de productiekostenplaatsen vervangen worden door deze bewerkingscodering.
3 - 3.4 Algemene kostenplaatsen
O Algemeen beheer en tekenkamers
• 00 Algemeen beheer (leiding, verkoop, research, bedrijfsbureaus)
• 01 Algemene kosten nieuwbouw
• 02 Algemene kosten reparatie
• 03 Algemene kosten overige activiteiten
• 04 Administratie
• 05 (vrij)
• 06 Personeelszaken
• 07 Sociale lasten en personeelskosten
• 08 Tekenkamer
• 09 (vrij)
1 Huisvesting en onderhoud
• 10 Beveiligingsdienst
• 11 Huisvesting
• 12 (idem)
• 13 (idem)
• 14 (idem)
• 15 Onderhoud
• 16 (idem)
• 17 (idem)
• 18 (idem)
• 19 (vrij)
2 Materiaalvoorziening en transport
f 20 Inkoop
• 21 Magazijn(en), goederenontvangst, expeditie
• 22 (idem)
• 23 (idem)
• 24 Laboratorium en kwaliteitsdienst
• 25 Transport te land
• 26 (idem)
• 27 Transport te water
• 28 (idem)
• 29 (vrij)
3 Diverse voorzieningen
• 30 Energievoorzieningen
• 31 (idem)
• 32 (idem)
• 33 Gereedschapvoorziening
• 34 Medische dienst
• 35 Kantines, koffiekamers, was- en kleedlokalen
• 36 Bedrijfskledingvoorziening
• 37 Bedrijfsschool
• 38 Reproductie
• 39 (vrij)
4 Exploitaties
• 40 Hellingen en dokken
• 41 - 44 (idem)
• 45 Bokken, drijvende kranen
• 46 Buitenkranen
• 47 (idem)
• 48 Havens, kaden, steigers
• 49 (vrij)
3 - 3.5 Productiekostenplaatsen
(bestemd voor bedrijven die uitsluitend nieuwbouw verrichten c.q. nieuwbouw, reparatie enz. vanuit een nieuwbouworganisatie).
5 Voorbewerking
• 50 Algemeen
• 51 Optische tekenkamer
• 52 Handbewerkingen (incl. transport- en corveediensten)
• 53 Staalgritten (incl. 1e conservering)
• 54 (idem)
• 55 (vrij)
• 56 Machinale bewerkingen
• 57 (idem)
• 58 Snijden (branderij)
• 59 (vrij)
6 Voormontage
• 60 Algemeen
• 61 Seatiemontage (t.w. stellen en hechten)
• 62 Machinaal lassen
• 63 (idem)
• 64 Handsnijden (branden)
• 65 Handlassen Stichting Nederlandse Scheepsbouwindustrie 3 - 3 UNIFORME ADMINISTRATIE pag. 4. April 1970
• 66 Overige handbewerkingen
• 67 Conservering
• 68 (vrij)
• 69 (vrij)
7 Aan- en afbouw
• 70 Algemeen
• 71 Stellingmakerij
• 72 Aanbouw (handbewerkingen)
• 73 Lassen (in aanbouw)
• 74 Branden (in aanbouw)
• 75 (idem)
• 76 Afbouw (handbewerkingen)
• 77 Lassen (in afbouw)
• 78 Branden (in afbouw)
• 79 (vrij)
8 Houtbewerkingen en schilderswerkplaats
• 80 Algemeen
• 81 Timmerwerk binnen
• 82 (idem)
• 83 Timmerwerk aan boord
• 84 Scheepsmakers
• 85 (idem)
• 86 Schilderswerkplaats (incl. spuiten en conserveren)
• 87 (idem)
• 88 Schilderen aan boord
• 89 (vrij)
9 Werktuigbouw en toeleveringsafdelingen
• 90 Algemeen
• 91 - 94 (vrij)
• 95 Machinale werktuigbouw
• 96 Montage en stelplaats (binnen en buiten)
• 97 Pijpleidingenwerkplaats en montage
• 98 (vrij)
• 99 (vrij)
3 - 3.6 Productiekostenplaatsen reparatie
(bestemd voor bedrijven die uitsluitend reparatie c.q. andere werkzaamheden verrichten vanuit een reparatie-organisatie).
5 Reparatiewerkplaatsen
• 50 Algemeen
• 51 t/m 59 (vrij)
6 Reparatie aan boord
• 60 Algemeen
• 61 t/m 69 (vrij)
7 Dokdienst en/of hellingdienst
• 70 Algemeen
• 71 t/m 79 (vrij)
8 Houtbewerking en schilders werkplaats
• 80 Algemeen
• 81 Timmerwerk binnen
• 82 (idem)
• 83 Timmerwerk aan boord
• 84 Scheepsmakers
• 85 (idem)
• 86 Schilders werkplaats (incl. spuiten en conserveren)
• 87 (idem)
• 88 Schilderen aan boord
• 89 (vrij)
9 Werktuigbouw en toeleveringsafdelingen
• 90 Algemeen
• 91 (vrij)
• 92 (vrij)
• 93 (vrij)
• 94 (vrij)
• 95 Machinale werktuigbouw
• 96 Montage en stelplaats (binnen en buiten)
• 97 Pijpleidingen werkplaats en montage
• 98 (vrij)
• 99 (vrij)
HOOFDSTUK 3-4 KOSTENPLAATSEN BIJ EEN PRODUCTIE- ORGANISATIE NAAR BE-
BEWERKINGEN (overgangssysteem middelgrote werf)
3-4.1 Toelichting
Sommige middelgrote bedrijven zullen de in 3-3 behandelde 2-cijfercode moeilijk kunnen toepassen, omdat de organisatie van de producttie niet aansluit bij de daarin genoemde organen. Met name het onderscheid naar de kostencentra voorbewerking, voormontage en aanen afbouw zal niet gemaakt kunnen worden in de gevallen dat de werknemers onder de leiding naar deskundigheid gegroepeerd zijn (ijzerwerkers, lassers, timmerlieden, schilders e.d.) en vanuit die structuur zowel aan nieuwbouwprojecten als reparatie-orders en andere opdrachten gewerkt wordt. Deze bedrijven kunnen - na daartoe verkregen specifieke goedkeuring door de Stichting - gebruik maken van de in dit hoofdstuk opgenomen
• 2-cijfercode. De productiekostenplaatsencodering is daarbij niet ingedeeld naar afdelingen maar naar de belangrijkste bewerkingen.
Algemene kostenplaatsen
Ter wille van de uniformiteit, vooral ten behoeve van de kostenverdeling voor de calculatie, zijn de algemene kostenplaatsen (de groepen 0 t/m 4) in dit overgangssysteem nagenoeg identiek aan die in de andere systemen. De toelichting op de functie en de inhoud van deze kostenplaatsen in
• 3-2.6 is dan ook in grote lijnen van toepassing.
Produktiekostenplaatsen
Ten aanzien van de productiekostenplaatsen is alleen het eerste cijfer met de daaraan gegeven uniforme inhoud voor de in dit hoofdstuk bedoelde bedrijven bindend voorgeschreven. Het gebruik van een tweede cijfer ter verdere specificatie is wel verplicht, maar hieraan kan een eigen interpretatie worden gegeven (met uitzondering van de productiekostenplaatsen "algemeen'), waar voor het tweede cijfer bindend een O is voorgeschreven. Zoals blijkt uit het hierna in 3-4.2 volgende kostenplaatsenraam dient bij toepassing van het vereenvoudigde systeem een hoofdindeling gemaakt te worden naar:
• 5 ijzerwerk
• 6 branden en lassen
• 7 werktuigbouw
• 8 houtbewerking, schilderen
• 9 overige productieve bewerkingen. De eigen onderverdeling in het verplicht gestelde tweede codecijfer kan bijvoorbeeld betrekking hebben op een onderscheid tussen:
• werkzaamheden binnen en buiten;
• meerdere soorten bewerkingen (bijvoorbeeld naar machinegroepen, naar deelbewerkingen vallende onder "ijzerwerk");
• bewerkingen voor nieuwbouw resp. reparatie resp. overige orders;
• handwerk en machinaal werk.
De produktiekostenplaatsen "algemeen" (50, 60, 65, 70, 80 en 86) betreffen de algemene kosten, welke verbonden zijn aan de betrokken bewerkingen, bijvoorbeeld:
• Kosten van toezicht. (Een bedrijfsleider zal echter veelal beter onder de kostenplaatsen algemeen beheer kunnen worden gerangschikt (O.O), of naar gelang van de functie, eventueel als activiteitgebonden kosten, dus onder de kostenplaatsen O1-06).
• Verdeelde huisvestingskosten, die per man- of machine-uur even zwaar moeten drukken onafhankelijk van voor welke activiteit gewerkt wordt (bijvoorbeeld een timmerloods, een hal voor werktuigbouw). De kosten van specifieke gebouwen voor nieuwbouw of reparatie kunnen worden opgenomen onder resp. 12 en 13.
• Kosten welke niet - of slechts zeer arbitrair - toegerekend kunnen worden aan de afzonderlijke bewerkingen (zoals sommige ge- . reedschappen).
3-4.2 Algemene kostenplaatsen
(overgangssysteem ingedeeld naar bewerkingen)
O Algemeen beheer en tekenkamers
• 00 Algemeen beheer (leiding, verkoop, research, bedrijfsbureaus, administratie)
• 01 Algemene kosten nieuwbouw
• 02 Algemene kosten reparatie
• 03
• 04 (gereserveerd voor algemene kosten van andere te onderscheiden
• 05 bedrijfsactiviteiten)
• 06
• 07 Sociale lasten en personeelskosten
• 08 Tekenkamer
• 09 (vrij)
1 Huisvesting en onderhoud
• 10 Beveiligingsdienst
• 11 Huisvesting
• 12 (idem)
• 13 (idem)
• 14 (idem)
• 15 Onderhoud
• 16 (idem)
• 17 (idem)
• 18 (idem)
• 19 (vrij)
2 Materiaalvoorziening en transport
• 20 Inkoop
• 21 Magazijn(en), goederenontvangst, expeditie
• 22 (idem)
• 23 (idem)
• 24 Laboratorium en kwaliteitsdienst
• 25 Transport te land
• 26 (idem)
• 27 Transport te water
• 28 (idem)
• 29 (vrij) Stichting Nederlandse Scheepsbouw Industrie 3-4 UNIFORME ADMINISTRATIE pag. 2. April 1970
3 Diverse voorzieningen
• 30 Energievoorzieningen
• 31 (idem)
• 32 (idem)
• 33 Gereedschapvoorziening
• 34 Medische dienst
• 35 Kantines, koffiekamers, was- en kleedlokalen
• 36 Bedrijfskledingvoorziening
• 37 Bedrijfsschool
• 38 Reproductie
• 39 (vrij)
4 Exploitaties
• 40 Hellingen en dokken
• 41 - 44 (idem)
• 45 Bokken, drijvende kranen
• 46 Buitenkranen
• 47 (idem)
• 48 Havens, kaden, steigers
• 49 (vrij)
3 - 4.3 Productiekostenplaatsen
5 IJzerwerk
• 50 IJzerwerk algemeen
• 51
• 52
• 53
• 54
• 55 (vrij voor specificatie ijzerwerk)
• 56
• 57
• 58
• 59
6 Branden en lassen
• 60 Branden algemeen
• 61
• 62 (vrij voor specificatie branden)
• 63
• 64
• 65 Lassen algemeen
• 66
• 67 - 68 (vrij voor specificatie lassen)
• 69
7 Werktuigbouw
• 70 Werktuigbouw algemeen
• 71 Machinale bewerkingen
• 72 (idem)
• 73 (idem)
• 74 (idem)
• 75 Pijpenmakerij
• 76 (idem)
• 77 Bankwerkers Stichting Nederlandse Scheepsbouw Industrie 3-4 UNIFORME ADMINISTRATIE pag. 3. April 1970
• 78 Bankwerkers
• 79 (vrij)
8 Houtbewerking en schilderen
• 80 Houtbewerking algemeen
• 81
• 82
• 83 (vrij voor specificatie houtbewerking)
• 84
• 85
• 86 Schilderen algemeen
• 88 87 (vrij voor specificatie schilderen)
• 89 (vrij)
9 Overige productieve bewerkingen
• 90
• 91
• 92
• 93 (vrij voor overige bewerkingen, o.a. ten behoeve van
• 94 "diversificaties").
• 95
• 96
• 97
• 98
• 99