DEEL 2 KOSTENSOORTEN
DEEL 2 KOSTENSOORTEN
| ALGEMEEN | |||
| HOOFDSTUK | 2-1 | UNIFORME INDELING KOSTENSOORTEN (2-cijfercode) | |
| 2-1.1 | Opbouw van de code | ||
| 2-1.2 | Indeling kostensoorten in 2-cijfercode | ||
| HOOFDSTUK | 2-2 | NADERE SPECIFICATIE KOSTENSOORTEN (3-cijfercode) | |
| HOOFDSTUK | 2-3 | INHOUD KOSTENSOORTEN | |
| HOOFDSTUK | 2-4 | DOORBEREKENDE KOSTEN | |
| 2-4.1 | Categorieën doorberekende kosten | ||
| 2-4.2 | Codering van "versleutelde" kosten | ||
| 2-4.3 | Codering van interne doorberekeningen op basis van uren e.d. | ||
| 2-4.4 | Codering overboeking kostenorders | ||
| 2-4.5 | Codering doorberekening aan orders | ||
ALGEMEEN
In het administratiesysteem worden de kosten naar meerdere gezichtspunten gegroepeerd. Onderscheid kan daarbij gemaakt worden in groepering naar oorsprong, respectievelijk naar bestemming. Dit onderdeel behandelt de groepering van de kosten naar soorten, waarbij de oorsprong, de aard en de bijzondere kenmerken van de kosten bepalend zijn voor de indeling. De indeling naar kostenplaatsen (deel 3) en naar orders en deelorders (deel 5) betreft de bestemming van de kosten.
Nut van de indeling naar kostensoorten
Registratie van de kosten naar soorten is o.a. van belang voor:
• een vergelijking in de tijd per kostensoort in bedragen en in percentages van het totaal;
• het bepalen van de invloed van externe factoren op de toekomstige hoogte van sommige kostensoorten (bijvoorbeeld een loonronde, wijzigingen in de wettelijke sociale lasten, veranderingen in de fiscale wetgeving). Verder hebben de kostensoorten vooral betekenis ter verkrijging van een gespecificeerd inzicht binnen de groepering naar bestemming zoals:
• specificatie van de opbouw van het kostprijstarief per kostenplaats of per bewerking;
• analyse van de resultaten per kostenplaats bij een stelsel van afdelingsgewijze kostenbudgettering;
• detaillering van kosten per order resp. per deelorder.
Directe kosten, indirecte kosten
Bij vele werven bestaan twee van elkaar onafhankelijke kostenlijsten:
• een lijst met bijbehorende codering van alle ordergebonden (of "directe") kosten, zoals materialen, onderaannemers enz.;
• een andere lijst met een afwijkende codering van de niet - ordergebonden (of "indirecte") afdelingskosten. Het toekomstig doel is alle kosten in één integrale kostenspecificatie op te nemen. Vandaar dat enige hoofdgroepen (3 en 4) gereserveerd zijn voor de voornaamste rechtstreeks op orders te verantwoorden "directe" kosten zoals materialen e.a. Gezien echter het huidige niveauverschil in eisen t.a.v. de materialenspecificatie in verband met de magazijncodering, de computerverwerking, planning en voortgangscontrole en de specificaties van ordernacalculaties, konden deze hoofdgroepen (3 en 4) nog niet worden uitgewerkt. De kostensoorten in de andere groepen kunnen zowel "direct" als "indirect" zijn, dat wil zeggen door gebruik van uniforme codering of rechtstreeks op orders geboekt worden, dan wel ten laste van kostenplaatsen gebracht worden. De richtlijnen inzake het calculatiesysteem (deel 6) geven aan welke kosten als directe kosten aangemerkt kunnen worden en welke niet.
Zo zijn de lonen begrepen in de - bij de calculatie te hanterenuurtarieven; de lonen zijn dus te beschouwen als indirecte kosten en worden derhalve via de kostensoorten op de kostenplaatsen en niet onder de orders verantwoord.
Primaire kosten, doorberekende kosten
Daar de kostensoorten een belangrijke rol spelen als nadere specificatie van kosten binnen kostenplaatsen en orders, omvat de codering niet alleen de kosten van derden (de "primaire" kosten), maar ook de door de werf zelf doorberekende kosten. Doorberekende kosten kunnen betrekking hebben op:
• doorbelasting van de kosten van een kostenplaats naar een andere kostenplaats op grond van bestede uren of andere prestaties, dan wel op grond van een voorcalculatorisch vastgestelde verdeelsleutel;
• overboeking van een interne order (kostenorder) waarop tijdelijk bepaalde kosten worden verzameld;
• belasting van een order wegens door kostenplaatsen geleverde prestaties. Deze ruime interpretatie van het begrip kostensoorten houdt het potentiële gevaar in dat bij het maken van totaalopstellingen van de kosten dubbeltellingen gaan optreden. Daarom mogen manuren en andere werfprestaties tegen kostprijstarief nimmer ten laste van de primaire kostensoorten worden gebracht. Met het oog hierop zijn voor de doorberekeningen aparte codecijfers gereserveerd (zie 2-4).
Uniforme kostensoortenindeling
De uniforme kostensoortenindeling is vastgelegd in een code, waarvan het eerste cijfer betrekking heeft op de volgende hoofdgroepen:
• 0 lonen en salarissen (inclusief geleenden)
• 1 sociale lasten
• 2 overige personeelskosten
• 3 en 4 direct op orders te verantwoorden materialen e.d.
• 5 energie, gereedschappen en hulpmaterialen
• 6 onderhoud
• 7 diverse kosten van derden
• 8 kosten van vaste en vlottende activa
• 9 interne doorberekeningen. In 2-1 is een beperkte specificatie van deze hoofdgroepen naar subgroepen in een 2-cijfercode vastgelegd. In 2-2 is een meer uitgebreide specificatie van de hoofdgroepering in een 3-cijfercode uitgewerkt. Aangezien niet bij alle werven behoefte zal bestaan aan de meer uitgebreide 3-cijfercode is alleen het gebruik van de 2-cijfercode, bindend voorgeschreven. Indien wél een derde cijfer wordt gehanteerd, wordt de in 2-2 opgenomen code met klem aanbevolen.
Administratieve verwerking
Omtrent de rubrieken waaronder de kosten in de boekhouding worden verantwoord, zijn geen regels gegeven. Stichting Nederlandse Scheepsbouw Industrie 2-0 UNIFORME ADMINISTRATIE pag. 2. April 1970
Veelal worden door de bedrijven de indirecte kosten geboekt in rubriek 4 van het rekeningstelsel en de directe kosten in rubriek 6. Rubriek 5 wordt wel gebruikt voor de toerekening van de kosten aan de kostenplaatsen. Onder welke rubriek van het rekeningstelsel de kosten ook worden verantwoord, in alle gevallen moet het rubriek cijfer gevolgd worden door de code cijfer overeenkomstig de richtlijnen. Omtrent de verantwoording van de indirecte kosten zijn meerdere systemen mogelijk: a. Boeking primair per kostensoort met subverdeling naar kostenplaatsen. b. Methode conform a, maar achteraf worden de kosten overgeboekt naar een rubriek, waarin de kosten per kostenplaats worden verantwoord. De verdeling van de kosten naar kostenplaatsen wordt hierbij in de boekhouding verantwoord (bijv. rubriek 5). c. Boeking per kostenplaats met subverdeling naar kostensoorten. De directe kosten (materiaalverbruik enz.) kunnen het beste onmiddellijk op de betrokken order worden verantwoord in de rubriek van het onderhanden werk. Ook hierbij moet de uniforme codering van de kostensoorten (zie 2-1 c.q. 2-2) worden gehanteerd. De boekingsmethoden zijn uitvoeriger toegelicht in deel 10.
HOOFDSTUK 2 - 1 UNIFORME INDELING KOSTENSOORTEN 2 - CIJFERCODE
2 - 1.1 Opbouw van de code
| Kostensoort | ||
| Bindend | Aanbevolen | |
| X | X | X |
| Hoofdgroep kostensoorten | Subgroep kostensoorten | Specificatie |
| 1 | 2 | 5 |
De opbouw van de uniforme kostensoortencode kan als volgt schematisch worden weergegeven. Als voorbeeld is genomen de code 1.2.5 'premie algemene kinderbijslagwet salarissen' (zie 2 - 2). De hoofdgroep: code 1 duidt aan: Sociale lasten De subgroep: code 12 duidt aan: Wettelijke sociale lasten (salarissen) De totale code: 125 duidt aan: Premie algemene kinderbijslagwet salarissen.
Specificatie in 2 - cijfercode
De specificatie naar groepen van kostensoorten zoals deze onder 2 - 1.2 is vastgelegd in een 2 - cijfercode en is bindend voorgeschreven. Aanbevolen wordt de kostensoorten door middel van een derde cijfer verder te specificeren. Indien deze verdere specificatie wordt gehanteerd verdient uniformiteit ook daarbij de voorkeur; een advies van de Stichting daaromtrent is opgenomen in 2 - 2. In sommige gevallen kan de toepassing van de uitgebreide kostensoortenspecificatie bindend worden voorgeschreven. Vooral bij de kleinere werven, die - na overleg - volstaan met een sterk vereenvoudigd kostenplaatsenraam, kan een meer gedetailleerde kostensoortenadministratie nodig zijn om voldoende inzicht in de kosten te verkrijgen.
Verdere specificatie
Een werf, die in de aanbevolen 3 - cijfercode onvoldoende specificatie van de eigen kostensoorten vindt, kan gebruik maken van niet-benutte cijferplaatsen of desgewenst de cijfercode uitbreiden met één of meerdere cijfers. Deze facultatieve cijfers kunnen diverse functies vervullen, bijvoorbeeld :
• verdere uitsplitsing naar kostensoorten. Dit is bij alle kostensoorten, zowel order-gebonden als niet order-gebonden kosten (afdelingskosten), mogelijk;
• aanduiding van de kostenplaats ten behoeve waarvan de kosten gemaakt zijn. zijn. Dit is alleen van belang voor de verantwoording van indirecte (afdelings)kosten bij bepaalde boekingsmethoden (zie ook "Algemeen" en deel 10). (Voor de uniforme codering en de inhoud van de kostenplaatsen wordt verwezen naar deel 3);
• een combinatie van beide, zoals in het volgende voorbeeld. Volgens kostensoortencode (3 - cijfers) uit 2 - 2 betreft code O1 o "lonen externe orders". Wil een werf aangeven, dat hier sprake is van overwerk, dan kan dit op de facultatieve, vierde codeplaats. Stel de eigen code voor overwerk is "2". Wil nu de werf daarnaast aangeven, dat de arbeid door de lassers in de aanbouw is verricht, dan wordt het gehele codecijfer: 010.2.73. (de code 73 betreft de kostenplaats, zie deel 3). Schematisch weergegeven als volgt:
| Bindend | Aanbevolen | Facultatief | ||
| 0 | 1 | 0 | 2 | 73 |
| Lonen en salarissen | Lonen | Lonen externe orders | Overwerk | Lassen in aanbouw |
2-1.2 Indeling kostensoorten in 2-cijfercode
0 Lonen en salarissen
• 01 lonen
• 02 salarissen
• 03 commissarissen beloning
• 04
• 05 geleenden op uurbasis
• 06 salarissen geleenden
• 07
• 08
• 09 gecalculeerde sociale lasten
• 10 Sociale lasten
• 11 wettelijke sociale lasten lonen
• 12 wettelijke sociale lasten salarissen
• 13 overige sociale lasten lonen
• 14 overige sociale lasten salarissen
• 15
• 16
• 17
• 18
• 19
• 20 Overige personeelskosten
• 20 wervingskosten
• 21 reis- en huisvestingskosten personeel
• 22 opleidingskosten
• 23 vergoedingen
• 24 aanschaf, reparatie en reiniging, bedrijfskleding en veiligheidsartikelen
• 25 medische verzorging
• 26 voedings- en genotmiddelen
• 27 algemene reis- en verblijfkosten
• 28
• 29 diverse personeelskosten
• 3 Directe materialen en onderaannemers
• 4 Directe materialen en onderaannemers
• 5 Energie, gereedschappen en hulpmaterialen
• 50 elektriciteit, aardgas, water en brandstoffen
• 51 overige gassen
• 52 schoonmaak- en smeermiddelen
• 53/54 hulpmaterialen
• 55 gereedschappen
• 56 tekenkamer- en kantoorbehoeften
• 57
• 58
• 59
• 6 Onderhoud
• 60 onderhoud terreinen, hellingen, dokken, havenwerken enz.
• 61 onderhoud gebouwen
• 62 onderhoud installaties
• 63 onderhoud machines
• 64 onderhoud transportmaterieel, hijswerktuigen en personenauto's
• 65 onderhoud gereedschappen
• 66 onderhoud inventarissen
• 67 gecalculeerd jaarlijks onderhoud
• 68 gecalculeerd meerjarig onderhoud
• 69 opruim- en schoonmaakwerkzaamheden
• 7 Diverse kosten van derden
• 70 vrachten en rechten
• 71 vertegenwoordiging en reclame
• 72 project- en researchkosten
• 73 P.T.T.- en bankkosten
• 74 algemene assurantiekosten
• 75 administratieve dienstverlening
• 76 technische dienstverlening
• 77 concernkosten
• 78 belastingen
• 79 overige algemene kosten
• 8 Kosten vaste en vlottende activa
• 80 gecalculeerde afschrijvingen
• 81 gecalculeerde assuranties
• 82 gecalculeerde rente vaste activa
• 83 gecalculeerde rente vlottende activa
• 84 huren en erfpacht
• 85 grond- en wegenlasten
• 86
• 87
• 88
• 89 voorzieningen
• 9 Interne doorberekeningen
HOOFDSTUK 2 - 2 NADERE SPECIFICATIE KOSTENSOORTEN 3 - CIJFERCODE
Hoofdgroep O: Lonen en salarissen
01 Lonen
• 010 lonen externe orders
• 011 lonen interne orders
• 012 lonen andere kostenplaatsen
• 013 lonen eigen kostenplaats
• 014 lonen wachten op werk
02 Salarissen
• 020 salarissen externe orders
• 021 salarissen interne orders
• 022 salarissen andere kostenplaatsen
• 023 salarissen eigen kostenplaats
• 024 salarissen wachten op werk
03 Commissarissen beloning
• 030 commissarissen beloning
04 (vrij)
05 Geleenden op uurbasis
• 050 geleenden op uurbasis externe orders
• 051 geleenden op uurbasis interne orders
• 052 geleenden op uurbasis andere kostenplaatsen
• 053 geleenden op uurbasis eigen kostenplaats
• 054 geleenden op uurbasis wachten op werk
06 Salarissen geleenden
• 060 salarissen geleenden externe orders
• 061 salarissen geleenden interne orders
• 062 salarissen geleenden andere kostenplaatsen
• 063 salarissen geleenden eigen kostenplaats
• 064 salarissen geleenden wachten op werk
07 (vrij)
08 (vrij)
09 Gecalculeerde sociale lasten
• 091 gecalculeerde sociale lasten lonen
• 092 gecalculeerde sociale lasten salarissen
Hoofdgroep 1: Sociale lasten
11 Wettelijke sociale lasten lonen
• 110 premie wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (W.A.O.)
• 111 premie ziektewet (tevens ziekenkas)
• 112 premie ziekenfondswet
• 113 premie algemene wet bijzondere ziektekosten (A.W.Z.)
• 114 premie werkloosheidswet (W.W.)
• 115 premie algemene kinderbijslagwet (A.K.W.)
• 116 premie kinderbijslagwet loontrekkenden (K.W.L.)
12 Wettelijke sociale lasten salarissen
• 120 premie wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (W.A.O.)
• 121 premie ziektewet
• 122 premie ziekenfondswet
• 123 premie algemene wet bijzondere ziektekosten (A.W.Z.)
• 124 premie werkloosheidswet (W.W.)
• 125 premie algemene kinderbijslagwet (A.K.W.)
• 126 premie kinderbijslagwet loontrekkenden (K.W.L.)
13 Overige sociale lasten lonen
• 130 premie pensioenvoorzieningen
• 131 bijdrage ziektekostenverzekering
• 132 vakantie-, snipper- en feestdagen
• 133 vakantietoeslagen
• 134 doorbetaald kort verzuim
• 135 aanvullende uitkeringen
• 136
• 137 gratificaties lonen
• 138 winstuitkeringen lonen
14 Overige sociale lasten salarissen
• 140 premie pensioenfonds
• 141 bijdragen ziektekostenverzekering
• 142
• 143 vakantietoeslagen
• 144 spaarpremie jeugdige beambten
• 145 aanvullende uitkeringen
• 146
• 147 gratificaties salarissen
• 148 winstuitkeringen salarissen
15 (vrij)
16 (vrij)
17 (vrij)
18 (vrij)
19 (vrij)
Hoofdgroep 2: Overige personeelskosten
20 Wervingskosten
• 200 wervingskosten (waaronder: werkvergunningen, keuringskosten indien geen eigen medische dienst -, vergoeding verhuiskosten, personeelsadvertenties, enz.)
• 209 interne doorberekening wervingskosten
21 Reis- en huisvestingskosten personeel
• 210 reiskostenvergoeding (incl. autokosten - en rijwielvergoedingen)
• 211 vervoerskosten personeel door derden
• 212 kostgeldvergoeding
• 213 huurtoeslagen
• 219 interne doorberekening vervoer personeel
22 Opleidingskosten
• 1 220 opleidingskosten (studietoelagen en cursusgelden)
23 Vergoedingen
• 230 gereedschapsvergoeding
• 231 vergoeding bedrijfskleding
• 238 overige vergoedingen
24 Aanschaf, reparatie en reiniging bedrijfskleding en veilig -
heidsartikelen
• 240 aanschaf, reparatie en reiniging bedrijfskleding
• 241
• 242 aanschaf en reparatie veiligheidsartikelen
• 249 interne doorberekening bedrijfskleding
25 Medische verzorging
• 250 vaccinaties, artsenhonoraria, enz.
• 251 verbandmiddelen, medicamenten, enz.
• 252 medische instrumenten
• 259 interne doorberekening medische verzorging
26 Voedings- en genotmiddelen
• 260 kantine-artikelen
• 261 warme maaltijden kantine
27 Algemene reis- en verblijfkosten
• 270 algemene reis- en verblijfkosten
28 (vrij)
29 Diverse personeelskosten
• 290 bijdragen aan personeelsverenigingen
• 291 personeelsorgaan
• 292 personeelsfondsen
• 293 jeugdreizen
• 294 jubilea
• 295 ideeënbus
• 298 overige personeelskosten (als evenementen, vergoedingen, sociale instellingen, enz.)
Hoofdgroepen 3 en 4: Directe materialen en onderaannemers
(vrij voor specificatie van direct op orders te verantwoorden materialen, kosten van onderaannemers en overige orderkosten voorzover niet in de andere hoofdgroepen genoemd).
Hoofdgroep 5: Energie, gereedschappen en hulpmaterialen
50 Elektriciteit, aardgas, water en brandstoffen
• 500 elektriciteit
• 501 water
• 502 aardgas (stadsgas)
• 505 vaste brandstoffen
• 506 stookolie (incl. huisbrandolie)
• 507 benzine en L.P.G.
• 508 overige vloeibare brandstoffen
• 509 interne doorberekening energie
51 Overige gassen
• 510 lucht, stikstof, koolzuur
• 511 zuurstof
• 512 propaan
• 513 argongas
• 514 acetyleengas = 518 diverse gassen
• 519 interne doorberekening gasvoorziening
52 Schoonmaak- en smeermiddelen
• 520 schoonmaakmateriaal en -middelen
• 521 smeermiddelen
• 522 conserveermiddelen en verf
53/54 Hulpmaterialen
• 530 staalgrit
• 531 elektroden
• 532 lasdraad
• 533 laspoeder
• 534 chemicaliën
• 535 emballagemateriaal
55 Gereedschappen
• 550 afteken- en meetgereedschap
• 551 gereedschappen voor verspanende bewerkingen (incl. slijpstenen)
• 552 1 as gereedschap
• 553 brand- en soldeergereedschap
• 554 handgereedschap
• 555 pneumatische gereedschappen
• 556 elektrisch gereedschap
• 557 transport-, hijs-, schilders-, grondwerkers- en smeergereedschappen
• 558 overige gereedschappen
• 559 interne doorberekening aanmaakgereedschappen
56 Tekenkamer- en kantoorbehoeften
• 560 kantoorbehoeften (w.o. tekenbehoeften en -papier) en drukwerk
• 561 fotografisch materiaal
• 562 kantooruitrusting (kleine aanschaffingen)
57 (vrij)
58 (vrij)
59 (vrij)
Hoofdgroep 6: Onderhoud
60 Onderhoud terreinen, hellingen, dokken, havenwerken enz.
• 600 onderhoud waterwegen, havenwerken, steigers
• 601 onderhoud hellingen en vaste dokken
• 602 onderhoud drijvende dokken
• 603 onderhoud terreinen (kaden, transportwegen, bestratingen, hekwerk)
• 604 onderhoud kraanbanen
• 609 interne doorberekening onderhoud terreinen enz.
61 Onderhoud gebouwen
• 610 onderhoud gebouwen
• 619 interne doorberekening onderhoud gebouwen
62 Onderhoud installaties
• 620 onderhoud installaties
• 629 interne doorberekening onderhoud installaties
63 Onderhoud machines
• 630 onderhoud verspanende machines
• 631 onderhoud niet-verspanende machines
• 639 interne doorberekening onderhoud machines
64 Onderhoud transportmaterieel, hijswerktuigen en personen
auto's
• 640 onderhoud varend transportmaterieel
• 641 onderhoud rijdend transportmaterieel
• 642 onderhoud hijswerktuigen
• 643 onderhoud personenauto's
• 649 interne doorberekening onderhoud transportmaterieel enz.
65 Onderhoud gereedschappen
• 650 onderhoud afteken- en meetgereedschap
• 651 onderhoud gereedschap voor verspanende bewerkingen
• 652 onderhoud lasgereedschap
• 653 onderhoud brand- en soldeergereedschap
• 654 onderhoud handgereedschap
• 655 onderhoud pneumatische gereedschappen
• 656 onderhoud elektrisch gereedschap
• 657 onderhoud transport-, hijs-, schilders-, grondwerkers en smeergereedschappen
• 658 onderhoud overige gereedschappen
• 659 interne doorberekening onderhoud gereedschappen
66 Onderhoud inventarissen
• 660 onderhoud inventarissen
67 Gecalculeerd jaarlijks onderhoud (J.O.)
• 670 gecalculeerd J.O. terreinen, hellingen, dokken, havenwerken, enz.
• 671 gecalculeerd J.O. gebouwen
• 672 gecalculeerd J.O. installaties
• 673 gecalculeerd J.O. machines
• 674 gecalculeerd J.O. transportmaterieel, hijswerktuigen en personenauto's
• 675 gecalculeerd J.O. gereedschappen
• 676 gecalculeerd J.O. inventarissen
68 Gecalculeerd meerjarig onderhoud (M.O.)
• 680 gecalculeerd M.O. terreinen, hellingen, dokken, havenwerken, enz.
• 681 gecalculeerd M.O. gebouwen
• 682 gecalculeerd M.O. installaties
• 683 gecalculeerd M.O. machines
• 684 gecalculeerd M.O. transportmaterieel, hijswerktuigen en personenauto's
• 685 gecalculeerd M.O. gereedschappen
• 686 gecalculeerd M.O. inventarissen
69 Opruim- en schoonmaakwerkzaamheden
• 690 opruim- en schoonmaakwerkzaamheden
• 691 vuilafvoer
• 699 interne doorberekening opruimen en schoonmaken
Hoofdgroep 7: Diverse kosten van derden
70 Transport
• 700 vrachten en rechten goederen
• 701 sleeploon
• 702 transport door bokken
71 Vertegenwoordiging en reclame
• 710 representatiekosten (incl. sigaren en sigaretten)
• 711 agentenprovisie
• 712 overige kosten agenten/vertegenwoordigers
• 713 kosten buitenlandse vestigingen
• 714 reclame
• 715 tentoonstellingen
• 719 interne doorberekening tentoonstellingen e.d.
72 Project- en researchkosten
• 720 octrooikosten en licentierechten
• 721 modelkosten
• 722 onderzoekscentra
• 729 interne doorberekening project- en researchkosten
73 P.T.T.- en bankkosten
• 730 post en giro
• 731 incassokosten
• 732 telefoon en telegraaf
• 733 telex
• 734 kosten bankgarantie
• 735 overige bankkosten
74 Algemene assurantiekosten
• 740 aanbouw- en garantieverzekering
• 741 transportverzekering
• 742 kredietverzekering
• 743 W.A.-verzekering
• 744 bedrijfsschadeverzekering
• 745 inbraak- en berovingsverzekering
• 746 brandverzekering
• 748 overige assurantiekosten
75 Administratieve dienstverlening
• 750 accountantskosten
• 751 notariële kosten en legalisatiekosten
• 752 advieskosten
• 753 administratieve diensten
• 754 kosten aandeelbewijzen
• 755 kosten servicebureau
• 759 interne doorberekening administratie
76 Technische dienstverlening
• 760 tekenkosten van derden
• 761 classificatie- en keuringskosten, scheepmetingskosten
• 762 loodsgelden
• 763 bewakingskosten
• 769 interne doorberekening technische dienstverlening
77 Kosten concernleiding
(specificatie vrij; eventueel naar doorbelastende organen)
78 Belastingen
• 780 zegelrecht
• 781 registratiekosten
• 788 overige belastingen en boetes
79 Overige algemene kosten
• 790 proceskosten
• 791 informatiekosten
• 792 boeken en abonnementen
• 793
• 794 vergaderkosten
• 795 kosten jaarverslag
• 796 contributies en bijdragen
• 797 donaties, fooien
• 798 overige kosten
• 799 interne doorberekeningen vergaderingen e.d.
Hoofdgroep 8: Kosten vaste en vlottende activa
80 Gecalculeerde afschrijvingen
• 800 gecalculeerde afschrijving terreinen, hellingen, dokken, havenwerken, enz.
• 801 gecalculeerde afschrijving gebouwen
• 802 gecalculeerde afschrijving installaties
• 803 gecalculeerde afschrijving machines
• 804 gecalculeerde afschrijving transportmaterieel, hijswerktuigen, en personenauto's
• 805 gecalculeerde afschrijving gereedschappen
• 806 gecalculeerde afschrijving inventarissen
• 807
• 808 gecalculeerde afschrijving immateriële activa
81 Gecalculeerde assuranties
• 810 gecalculeerde assurantie terreinen, hellingen, dokken, havenwerken, enz.
• 811 gecalculeerde assurantie gebouwen
• 812 gecalculeerde assurantie installaties
• 813 gecalculeerde assurantie machines
• 814 gecalculeerde assurantie transportmaterieel, hijswerktuigen en personenauto's
• 815 gecalculeerde assurantie gereedschappen
• 816 gecalculeerde assurantie inventarissen
82 Gecalculeerde rente vaste activa
• 820 gecalculeerde rente terreinen, hellingen, dokken, havenwerken, enz.
• 821 gecalculeerde rente gebouwen
• 822 gecalculeerde rente installaties
• 823 gecalculeerde rente machines
• 824 gecalculeerde rente transportmaterieel, hijswerktuigen en personenauto's
• 825 gecalculeerde rente gereedschappen
• 826 gecalculeerde rente inventarissen
• 827
• 828 gecalculeerde immateriële activa
83 Gecalculeerde rente vlottende activa
• 830 gecalculeerde rente onderhanden werk
• 831 gecalculeerde rente magazijnvoorraden
• 838 gecalculeerde rente overige vlottende middelen
84 Huren en erfpacht
• 840 huren/erfpacht terreinen, hellingen, dokken, havenwerken enz.
• 841 huren/erfpacht gebouwen
• 842 huren installaties
• 843 huren machines
• 844 huren transportmaterieel, hijswerktuigen en personenauto's
• 845 huren gereedschappen
• 846 huren inventarissen
85 Grond- en wegenlasten
• 850 grondbelasting
• 851 straatbelasting
• 852 waterschapslasten (w.o. polderlasten)
• 853 precario
• 854 havengelden
• 855 motorrijtuigenbelasting
86 (vrij)
87 (vrij)
88 (vrij)
89 Voorzieningen
• 890 voorziening incourante voorraden
• 891 voorziening dubieuze debiteuren
• 898 overige voorzieningen
Hoofdgroep 9: Interne doorberekeningen
(specificatie naar afdelingen die kosten intern doorberekenen door middel van de kostenplaatsencode; zie toelichting onder 2-4).
HOOFDSTUK 2-3 INHOUD KOSTENSOORTEN
De beoogde uniformiteit in de administraties van de werven kan slechts bereikt worden indien de uniforme codestelsels tevens op gelijke wijze worden geinterpreteerd. In dit verband volgt onderstaand een beknopte toelichting op de inhoud van de kostensoorten.
Hoofdgroep 0: Lonen en salarissen
Gezien het verschil in druk van de sociale lasten is het onderscheid tussen lonen en salarissen gehandhaafd. De aandacht concentreert zich bij de kostensoortenspecificatie o.a. op de functie, die deze vervult ten aanzien van de verslaglegging en budgettering van de kostenplaatsen. Met name daarom wordt aanbevolen de lonen - en hetzelfde geldt voor de salarissente verdelen in: a. lonen besteed aan externe orders; b. lonen besteed aan interne orders. Hiermede zijn bedoeld orders, waarbij de opbrengst wordt verkregen via andere afdelingen (kostenorders) of van geactiveerde investeringen; c. lonen voor andere kostenplaatsen. Hier is sprake van bijvoorbeeld onderhoudslonen ten behoeve van andere kostenplaatsen, die tegen het geldende tarief worden doorberekend en waarvoor geen intern ordernummer is uitgegeven; d. lonen eigen kostenplaats. Hieronder vallen o.a. toezichtlonen, opruimen, verzorging van machines e.d. binnen het kader van de eigen kostenplaats; e. lonen wachten op werk ("onvermijdelijke" en "vermijdbare" wachturen). Werknemers van buiten, doch onderworpen aan het gezag van de werf, de z.g. geleenden, worden tegen het betaalde bedrag opgenomen in de groepen 05 en 06 en tegen dit bedrag ook ten laste gebracht van de kostenplaatsen.
Groep "09" - "gecalculeerde sociale lasten"
Het is doelmatig de afdelingsoverzichten zo snel mogelijk na afloop van een verslagperiode gereed te maken. Het bedrag van de werkelijke sociale lasten is dan echter nog niet bekend. Men kan dit bedrag echter wel vrij nauwkeurig schatten. Vandaar dat de groep "09 gecalculeerde sociale lasten" geïntroduceerd wordt, waardoor het gecalculeerde bedrag aan sociale lasten direct tot uiting kan komen; een verdeling naar soorten premies e.d. is daarbij niet interessant. Wel heeft dit echter consequenties voor de verantwoording in hoofdgroep 1 (zie hieronder).
Hoofdgroep 1: Sociale lasten
Deze groep omvat alle lasten, die in directe wettelijke of C.A.O. relatie tot de loonsom staan. In hoofdgroep 2 staan alle overige personeelskosten. De specificatie van de werkelijke sociale lasten zal bij gebruik van "09 gecalculeerde sociale lasten" echter in het grootboek moeten werden opgenomen als tussenrekening (rubriek 2) of als een aparte "oneigenlijke" kostenplaats (rubriek 5), om een dubbeltelling van de totalen van 09 en 1 te vermijden.
Hoofdgroep 2: Overige personeelskosten
Ten behoeve van de overzichtelijkheid zijn een aantal kostensoorten die ook als materialen kunnen worden aangeduid (kleding, medicamenten) in deze groep opgenomen.
Hoofdgroep 3 en 4: Directe materialen e.d.
De hoofdgroepen 3 en 4 zijn vrij gehouden voor een eigen specificatie van de kosten die naar hun aard rechtstreeks op orders verantwoord worden. Hieronder valt het verbruik van materialen betrokken van derden en uit eigen voorraad, alsmede de diverse categorieën van door onderaannemers verrichte werkzaamheden. Voor de codering van indirect materiaalverbruik en diensten van derden niet voor orders dienen bij voorkeur kostensoorten uit de andere hoofdgroepen gebruikt te worden. (Zo zal bijv. profiel voor een order als materiaal geboekt worden en voor een kostenplaats eventueel als onderhoud). Ten aanzien van enige grensgevallen adviseert de Stichting:
Hulpmaterialen (groep 5)
Laselektroden: rechtstreeks ten laste van de orders; Gas en zuurstof: opnemen als indirecte kosten
Gereedschappen (groep 5)
In het algemeen als indirecte kosten opnemen (al dan niet via afschrijving op meerdere jaren meegaand gereedschap). Duidelijk aanwijsbaar voor een bepaalde order of serie-orders vervaardigd speciaal gereedschap is rechtstreeks ten laste van die order(s) te brengen. 'Grijpvoorraden' kleine materialen Voor orders bestemde grijpvoorraden: rechtstreeks naar de order Voor afdeling bestemde grijpvoorraden: als indirecte kosten opnemen.
Hoofdgroep 5: Energie, gereedschap en hulpmaterialen
Ruimte is gereserveerd om meer hulpmaterialen naar eigen inzicht te onderscheiden. In het algemeen zal aanschaf of vervaardiging van gereedschap slechts dan als kosten kunnen worden aangemerkt, indien een grens per aanschaffing of vervaardiging van f. 1.000 niet wordt overschreden. Daarenboven betreft het - in bedrijfseconomische zin - investeringen. Dit behoeft niet te impliceren, dat deze investeringen in meerdere jaren worden afgeschreven.
Hoofdgroep 6: Onderhoud
De specificatie naar groepen productiemiddelen is zowel voor onderhoud (hoofdgroep 6) als afschrijving en rente (hoofdgroep 8) aangehouden. Aansluiting kan gezocht worden bij een identieke opbouw van de kartotheek van duurzame productiemiddelen. De rekeningen voor het gecalculeerd jaarlijks en meerjarig onderhoud zijn ingevoerd met het oog op een periodieke verslaglegging van kosten en dekking per kostenplaats binnen het jaar.
Pieken in de onderhoudskosten binnen het jaar resp. binnen het tijdvak van meerdere jaren worden daarbij over de tijd geëgaliseerd (fondsvorming binnen het jaar resp. binnen het tijdvak van meerdere jaren, bijvoorbeeld in rubriek 2 van het grootboek; in de laatste periode worden deze fondsen "schoongemaakt"). Bedrijven, die geen behoefte hebben naast het preventieve, doorlopende onderhoud en het meerjarig onderhoud nog een aparte rekening jaarlijks onderhoud in te voeren, kunnen afzien van het ge bruik van groep 67. De onderhoudsmaterialen worden eveneens in deze hoofdgroep verantwoord.
Hoofdgroep 7: Diverse kosten van derden
Bij het uitwerken van de specificatie is overwogen dat deze kostensoorten zowel op orders als op kostenplaatsen kunnen voorkomen. Kosten van concernleiding e.d. (groep 77) betreffen het aandeel, dat eventuele werkmaatschappijen of vestigingen dragen in de kosten van centrale organen (zie 2 - 4.2). Hieronder vallen dus niet onderlinge doorberekeningen van werkmaatschappijen, vestigingen e.d.
Hoofdgroep 8: Kosten vaste en vlottende activa
Deze groep omvat voornamelijk de voorgecalculeerde "capaciteitskosten". De werkelijke kosten qua afschrijving, rente, brandassurantie enz. zullen een plaats kunnen vinden bijv. in de rubrieken 1 en 2 van het grootboek. De kosten van afschrijving en rente worden vastgesteld op grond van bedrijfseconomische overwegingen. Bij de behandeling van de vaststelling van calculatietarieven wordt hierop uitgebreid ingegaan. Voor de inhoud van deze kostensoorten wordt dan ook verwezen naar 6 - 2.
Hoofdgroep 9: Interne doorberekeningen
Onder deze groep worden de op basis van een verdeelsleutel, doorberekende kosten geregistreerd (zie 2 - 4.2). Na verkregen toestemming kunnen eventueel ook de doorberekende interne prestaties op basis van uren e.d. in groep 9 worden gecodeerd (zie 2 - 4.3). Doorberekeningen aan orders worden ter onderscheiding van de primaire kosten van derden tevens met als eerste cijfer 9 gecodeerd. Specificatie naar herkomst van de kosten binnen deze groep wordt door de werf zelf bepaald op grond van het kostenplaatsenraam (deel 3) en de indeling naar bewerkingen (deel 4).
HOOFDSTUK 2-4 DOORBEREKENDE KOSTEN
2-4.1 Categorieën doorberekende kosten
Zoals onder "Algemeen" reeds is aangeduid, wordt het begrip kosten soorten in deze richtlijnen ruim geïnterpreteerd. Dit houdt in dat met behulp van de kostensoortencode niet alleen de lonen, salarissen, sociale lasten, rente, afschrijvingen en de kosten van derden (de primaire kosten) worden gespecificeerd, maar tevens de kosten verbonden aan de diverse verrichtingen door de werf zelf (de secundaire kosten). Zoals in deel 6 ten aanzien van het calculatiesysteem wordt voorgeschreven, dient een kostenbegroting te worden opgebouwd naar kosten plaatsen. Hierbij ontstaan per productiekostenplaats = eindkosten plaats, en eventueel per kostenplaats naar soorten bewerkingen, één of meerdere voorgecalculeerde kostprijstarieven per manuur, per machine-uur e.d. Ten behoeve van de toerekening van de kosten aan de productieve be werkingen wordt gebruik gemaakt van een kostenverdeelstaat met be hulp waarvan o.a. de kosten van de hulpkostenplaatsen en van de algemene kostenplaatsen worden "versleuteld". De verantwoording in de administratie van de kosten verband houdend met uren tegen kostprijstarief besteed aan externe of interne orders, dan wel binnen de werf aan werkzaamheden voor andere kostenplaatsen alsmede de "versleuteling" van algemene kosten wordt aangeduid met "doorberekeningen". Dit hoofdstuk geeft richtlijnen voor de codering van de diverse soorten doorberekeningen in het kader van de kosten soortenspecificatie. De administratieve verwerking wordt nader toegelicht in deel 10. Onderscheid kan gemaakt worden naar de volgende groepen van door berekende kosten:
Versleutelde kosten (zie 2-4.2)
Het betreft hier de interne doorberekening van algemene kostenplaat sen (zie deel 3) aan andere kostenplaatsen op grond van voorcalcula torisch bepaalde verdeelsleutels (beheerskosten, huisvestingskosten, energievoorziening e.d.).
Interne doorberekeningen op basis van uren e.d. (zie 2-4.3)
Een andere categorie van interne doorberekeningen betreft die waar bij de ene kostenplaats door de andere op basis van tijdschrijven voor uren of andere prestatie-eenheden tegen integrale kostprijs tarieven wordt belast. Dit kan onder meer betrekking hebben op onderhoudswerkzaamheden ver richt door een speciale onderhoudsdienst, dan wel door normaliter voor orders werkende afdelingen.
Overboeking van kostenorders (zie 2-4.4)
Om redenen van kostenbewaking zullen veelal kosten van derden als mede kosten verbonden aan werkzaamheden in eigen beheer t.b.v. een bepaalde interne opdracht verzameld worden op een kostenorder. Na het afsluiten zal het totaal van deze order ten laste van de kosten gebracht moeten worden.
Doorberekening aan orders (zie 2-4.5)
In het kader van het uniforme calculatiesysteem (deel 6) worden de gewerkte manuren en andere prestaties tegen integrale kostprijstarieven aan de orders belast. De specificatie per order naar de soort werkzaamheden maakt een gerichte codering noodzakelijk.
2-4.2 Codering van "versleutelde" kosten
Kostenplaatsen die op basis van voorcalculatorisch bepaalde verdeelsleutels (percentages, aantal m², aantal werknemers e.d.) over andere kostenplaatsen worden omgeslagen betreffen voornamelijk de algemene kostenplaatsen als behandeld in deel 3. Bij concerns met meerdere gescheiden vestigingen zullen verder de kosten van centrale organen zoals concernleiding, centrale inkoop, tekenkamer, interne accountantsdienst, computercentrum e.d. naar bepaalde verhoudingen aan de werkmaatschappijen in rekening worden gebracht. De intern verdeelde kosten dienen bij de kostenplaats waarvan zij ten laste worden gebracht als zodanig en gespecificeerd te blijken. Dit is vooral van belang in het kader van de periodieke verslaglegging.
Concernkosten
De doorberekende concernkosten dienen te worden verantwoord in groep 77 der kostensoorten. In het derde cijfer kan eventueel verder worden gespecificeerd naar de verschillende organen die kosten in rekening brengen.
Overige "versleutelde" kosten
De versleutelde kosten dienen afzonderlijk van de kostensoorten van derden te blijken, hetgeen bereikt wordt door deze interne doorberekeningen te coderen in hoofdgroep 9 der kostensoorten. Een nader inzicht in de aard van de verdeelde kosten kan verkregen worden door het cijfer 9 van de kostensoortencode uit te brei den met de code van de doorbelastende kostenplaats. In 10-3 wordt dit nader geillustreerd.
2-4.3 Codering van interne doorberekeningen op basis van uren e.d.
Ten aanzien van interne doorberekeningen waarbij de ene kostenplaats door de andere op basis van tijdsbesteding tegen integrale kostprijstarieven wordt belast, is tweeërlei inzicht van belang:
• welke kostenplaats heeft de interne prestatie geleverd;
• tot welke soort kosten heeft de interne doorberékening geleid; met name de kostensoort die bij uitbesteding van het werk geboekt zou zijn (zoals onderhoud, aanmaak gereedschappen e.d.). Codering naar beide gezichtspunten in de administratie zou een onhanteerbaarlange code noodzakelijk maken. In het uniforme coderingsstelsel is gekozen voor codering in de relatie tot de groepen primaire kostensoorten waartoe de interne werkzaamheden hebben geleid; in de 3-cijfercode zijn daartoe speciale kostensoorten opgenomen die alle eindigen op het cijfer 9 (zie 2-2).
Alternatieve coderingsmethode
Hoewel bovenstaande richtlijn als bindend dient te worden beschouwd, is overwogen dat bepaalde werven de voorkeur zullen geven aan specificatie van de intern doorberekende kosten naar de organen die de prestaties hebben geleverd boven een registratie naar de aard van de kostenbesteding, bijvoorbeeld omdat:
• zij dit systeem reeds hanteren (bijv. met behulp van een computer);
• zij een extracomptabele kostenverdeelstaat opstellen of gaan invoeren, Daarom kunnen de betreffende interne doorberekeningen als alternatieve coderingsmethode ondergebracht worden in groep 9 der kostensoorten; dus 9 gevolgd door de kostenplaatsencode. Deze alternatieve richtlijn kan slechts toegepast worden na verkregen goedkeuring van een daartoe ingediend verzoek.
Doorberekeningen door werkmaatschappijen
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat kostenverrekeningen tussen werkmaatschappijen of vestigingen van één concern als kosten van derden behandeld dienen te worden. Bij de kostenplaats ten behoeve waarvan de kosten gemaakt zijn vormen deze dus primaire kosten (zie verder deel 10).
2-4-4 Codering overboeking kostenorders
Het administratieve hulpmiddel van de kostenorder wordt veelal gehanteerd om een beeld te verkrijgen van de totale kosten besteed door derden en door het eigen bedrijf aan grotere onderhoudsbeurten en dergelijke. Na afsluiting van de werkzaamheden - en beoordeling van de totale kosten bijv. in relatie tot een daarvoor gemaakte begrotingdient het totaal van de tijdelijke op een ordernummer verzamelde kosten overgeboekt te worden. Bij het overboeken van interne orders ten laste van de kosten (bijvoorbeeld de kosten van een kostenplaats ten behoeve waarvan het onderhoud plaats vond) is er geen aanleiding onderscheid te maken ten opzichte van kosten van derden en interne doorberekeningen die rechtstreeks ten laste van de kostensoorten komen. De logische consequentie hiervan is, dat kostenorders gespecificeerd naar primaire, daarvoor bestemde kostensoorten, rekeningen dienen te worden afgeboekt.
Voorbeeld:
| Kostenplaats | Kostensoort (3-cijfercode) | Bedrag | |
| Code | Omschrijving | ||
| XXX | 63.1 63.9 | onderhoud machines interne doorberek. onderhoud machines (bijv. 400 uur x f. 10,--) | f. 11.000,-- f. 4.000,-- |
Totaal interne onderhoudsorder betreffende machine-onderhoud van kostenplaats xxx ad f. 15.000,--, waarvan f. 11.000,-- kosten van derden.
Alternatieve coderingsmethode
Bedrijven die voor het afboeken van kostenorders een vereenvoudigd systeem wensen toe te passen, kunnen naar eigen keuze het totaal van kostenorders ongespecificeerd ten laste van de kosten brengen. Als kostensoorten dienen dan de voor interne doorberekeningen per kostensoort gereserveerde codes (eindigend op 9) gehanteerd te worden. In het voorbeeld: 63.9 interne doorberekening onderhoud machines ± 15.000,-- N.B. Gezien het streven naar uniformiteit in de administratie van de Nederlandse scheepsbouwindustrie wordt een methode waarbij de kostenorders afgeboekt worden ten laste van een aparte kostengroep (bijv. groep 9 gevolgd door de kostenplaatsencode) afgeraden.
2-4.5 Codering doorberekening aan orders
| Order/deelorder | Kostensoort | ||
| XXX XXX | groep | Kostenplaats | Bewerking (eventueel) |
| 9 | X.XX | XXX | |
| 9 | 1.56 | 960 | |
Ook ten aanzien van de kostenspecificatie per order (externe orders en interne kosten- of magazijnorders) kan onderscheid worden gemaakt tussen primaire kosten en doorberekende kosten, Voor de rechtstreeks ten laste van de orders te brengen kosten van derden (materialen, diensten van derden, onderaannemers e.d.) kan verwezen worden naar de uniforme kostenspecificatie in 2-1; eventueel verder gespecificeerd zoals gegeven in 2-2 of verdergaand met behulp van een vierde codecijfer. Doorberekende kosten per order hebben betrekking op de manuren, machine-uren, ligdagen in dokken, opslagpercentages voor magazijn kosten e.d. (zie deel 6) die tegen begrote tarieven in geld worden uitgedrukt. Als richtlijn voor de specificatie van deze doorberekeningen met behulp van de uniforme codering geldt, dat in de onderhandenwerkadministratie dient te blijken welke soort werkzaamheden hebben plaats gevonden. Op dezelfde wijze als hiervoor reeds voor de "interne" doorberekeningen is aangegeven dient hiervoor groep 9 der kostensoorten gebruikt te worden en wel door de code van de kostenplaats/bewerking (zie deel 3) achter dit cijfer op te nemen. Voorbeeld (de codelengtes zijn willekeurig gekozen): Verwarring met rechtstreeks op orders geboekte (primaire) kosten wordt voorkomen, doordat deze kostensoorten aanvangen met codecijfers lager dan 9. Voorbeelden: Reis- en verblijfskosten 2.70 Materialen, onderaannemers 3.xx (specificatie vrij) Idem 4.xx (specificatie vrij) Sleeploon 7.01 Gecalc. rente 8.30
De verwerking in de administratie wordt nader toegelicht in deel 10, waar tevens wordt aangegeven hoe de tegenover de doorberekende de kosten staande dekking verantwoord kan worden.